Aanstellers of pechvogels?

Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig
Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

Lotje Steins Bisschop en Roselien Herderschee

 

"Aanstellers of Pechvogels?"

 

"Burn-out ontrafeld ..."

 

 

Woord vooraf

 

Waarom wéér burn-out aanvliegen?

 

“Nog een boek over burn-out? Ja, nog een boek over burn-out,” schrijven Lotje Steins Bisschop {psychiater en tekst en beeld} en Roselien Herderschee {Freelance (Wetenschaps)Journalist | Redacteur} in het Woord vooraf {p 5}.

 

Zij doen dat naar een idee van Christiaan Vinkers, Psychiater en onderzoeker Amsterdam UMC en Jeroen de Ridder, Filosoof VU Amsterdam & Rijksuniversiteit Groningen Voorzitter De Jonge Akademie KNAW.

 

Zij vinden het tijd voor een grondige verkenning van het begrip waar zo moeilijk grip op te krijgen is. Het RIVM laat zien dat er in 2018 ruim 250.000 mensen overspannen waren, dat 17% van de werknemers burn-out klachten had en dat bij 37% van de werknemers werkstress de oorzaak van ziekteverzuim is.

 

Dat leidt - volgens hen - al meteen tot de eerste onduidelijkheid: wat is het verschil tussen overspannen, burn-out en werkstress? “… Veel verschillende boodschappen. Geen wonder dat er dan ruimte is voor onbegrip en als dreigend gevolg daarvan: polarisatie. Stellige opvattingen komen dan lijnrecht tegenover elkaar te staan … Praten we wel over hetzelfde als we het over de burn-out hebben?” {p 7}.

 

Ze nemen je als lezer mee door burn-out aan te vliegen vanuit verschillende invalshoeken en zetten verschillende opvattingen naast elkaar, zodat ze samen één geheel vormen met als doel je een indruk te geven van de veelzijdigheid en complexiteit van het begrip burn-out. “Geen aanstellerskwaal, geen pechvogelseuvel, maar een fenomeen met verschillende manifestaties.”

 

Zij schrijven het boek voor jongvolwassenen, maar ‘jongvolwassen zijn’ is geen eis …

 

1 : “Je zal het maar hebben …”  

 

“Wat hebben een turnster, een bankier, een vlogger, een neurobioloog, een dokter, een trompettist en een rapper met elkaar gemeen?

 

Precies: niet zo veel. Maar ze hebben wel allemaal een burn-out gekregen.” {p 19}.

 

Lotje en Roselien willen je eerst laten zien hoe het voelt - kán voelen -voordat ze de deskundigen aan het woord laten. De ene burn-out – stellen zij - is de andere niet en ze nemen je mee in het fenomeen burn-out, omdat dit per persoon verschilt. Ze laten in de uiteenlopende ervaringsverhalen juist ook de overeenkomsten zien.

 

“Zeven verschillende mensen, zeven verschillende beroepen, zeven verschillende verhalen. Maar alle zeven konden ze plotseling niets meer …” {p 29}.

 

“In de komende hoofdstukken lees je hoe deze burn-out ervaringen worden geduid door wetenschappers, behandelaren en stressonderzoekers.”

 

2 : Wat is het?

 

Wilmar Schaufeli lijkt als ‘burn-outprofessor’ de aangewezen persoon om uit te leggen wat het fenomeen precies is {p 31}. Zijn werk is het onderzoeken van werk; hij is van huis uit klinisch psycholoog en promoveerde op de psychische gevolgen van werkloosheid. Inmiddels is hij hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie.

 

“Hij werkt mee aan dit boek omdat hij vindt dat het begrip burn-out nu te gemakkelijk gebruikt wordt" {p 31}. Hij stelt dat wat we nu burn-out noemen al een oud fenomeen is. In de jaren rond 1900 werd er al gesproken over een ziekte met vermoeidheid en arbeidsuitval; men dacht toen dat de ziekte werd veroorzaakt door de ‘nieuwe’ ontwikkelingen, zoals de opkomst van de telefoon, dagbladen en het (achteruit) reizen per stoomtrein {p 32}.

 

Volgens hem lijken de symptomen dus al meer dan honderd jaar te bestaan: “De term burn-out heeft een andere, meer recente, ontstaansgeschiedenis. Oorspronkelijk werd de term gebruikt door drugsverslaafden” … “Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werd de term door hulpverleners overgenomen. Niet voor lichamelijke uitputting door drugs, maar voor mentale uitputting door stress …” {p 34}.

 

Het spreekt hem aan dat burn-out in die tijd specifiek de kop opsteekt bij hulpverleners, mogelijk omdat zij mentaal belastend werk hebben, doordat werken met mensen veel aandacht, inlevingsvermogen en energie kost. In die tijd in ieder geval wordt burn-out gezien als een specifiek stressfenomeen dat zich uitsluitend in die groep voordoet ...

 

Drie kenmerken vormen de basis van een vragenlijst om burn-out wetenschappelijk te onderzoeken met name gericht op drie hoofdkenmerken: uitputting, cynisme en minder zelfvertrouwen {p 35}. Deze ontwikkelde vragenlijst, de Maslach Burn-out Inventory (MBI) - naar de bedenker Christina Maslach - is nu nog steeds in gebruik.

 

Het begin van {wetenschappelijk} burn-out onderzoek vindt plaats door Schaufeli en Maslach - pioniers in burn-out. Zij kennen elkaar van een internationale conferentie die Wilmar organiseert in de jaren tachtig in Krakau {p 37}.

 

In de afgelopen honderd jaar verandert er veel. Het fenomeen lijkt breder dan een hulpverlenerskwaal en wordt nu volop onderzocht … “De term burn-out wordt te pas en te onpas gebruikt" {p 40}.

 

Hij ziet dat er wel iets aan de hand is en merkt - tijdens zijn bezoeken in organisaties en het bedrijfsleven - ook in andere beroepen op. Samen met Christina past hij in 1996 de lijst aan, zodat bredere toepassing mogelijk is.

 

Die aanpassing vindt grond doordat er onder wetenschappers twijfel is over het verminderde zelfvertrouwen én het bekend worden dat cognitief functioneren tijdens burn-out kan veranderen. Wilmar ontwikkelt dan een nieuw meetinstrument, namelijk de Burn-out Assessment Tool (BAT). Díe onderscheidt 4 kenmerken: 1 uitputting, 2 cynisme, 3 emotionele en 4 cognitieve ontregeling. {p 41}.

 

De vragenlijst vereist toetsing onder mensen met een burn-out. In België is de BAT nu beschikbaar; Nederland volgt vermoedelijk in 2021. Wilmar vindt het opmerkelijk dat het in Nederland veel voeten inde aarde had: Hulpverleners moeten deze mensen met burn-out selecteren en toch melden zij nauwelijks patiënten aan voor dit onderzoek {p 43}. Mogelijk komt dat door te veel taboe over dit fenomeen en mogelijk omdat hulpverleners denken dat zo’n onderzoek een hoop ‘gedoe’ is {p 44}.

 

Wilmar wil ook nog een ander punt graag duidelijk maken: burn-out is iets anders dan werkstress en overspannenheid. “Werkstress is iets waar iedereen mee te maken krijgt … stress uitgelokt door werk … Als die werkstress langer duurt en intenser wordt beleefd, kan dat leiden tot overspannenheid … Werkstress en overspannenheid hebben dus beide een duidelijk herkenbare relatie met een stressvolle gebeurtenis op het werk …” {p 45}.

 

Hij vervolgt dat dit anders is bij een burn-out: Dit zijn mensen met behoorlijk ernstige en invaliderende klachten die niet direct gerelateerd zijn aan één stressvolle werkgebeurtenis … Deze mensen hebben een specifieke behandeling nodig.

 

Interessant is dat niet alleen onderzocht wordt hoe we een burn-out moeten vaststellen of meten, maar verdiepte zich ook in de vraag of hard werken vatbaar maakt voor burn-out en onderscheidt daarom ‘bevlogen mensen’ en ‘workaholics’ {p 47}.

 

Er lijkt minder taboe te zijn om te praten over burn-out dan over psychische problemen {p 49} en hoewel het fenomeen dus volop in de belangstelling staat, is burn-out bijvoorbeeld (nog?) niet opgenomen in de DSM {het classificatiesysteem voor psychiaters en psychologen) {p 50}. Dat is een dilemma, omdat {zorg}verzekeraars alleen behandelingen vergoeden die expliciet hierin geclassificeerd staan. Daardoor moeten hulpverleners momenteel een andere diagnose stellen dan een burn-out.

 

Er is dus veel overlap tussen psychiatrische stoornissen, maar dat hoeft geen belemmering te zijn voor de aanpak: “Belangrijker is wat je gaat doen met die mensen. Dan moet je goed kijken welke behandeling het beste past. Het maakt dus niet per se uit hoe je het noemt, maar voor de behandeling{en} is het wel nuttig om te weten wat het hoofdprobleem is …” {p 52}.

 

3 : "Waar het vaak begint …”  

 

“Mensen met een burn-out-klachten komen vaak het eerst bij de huisarts {p 57}. Zohra Ajaarouj, Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige, begint in 2004 in een huisartsenpraktijk. Toen nog niet als POH-GGZ {Praktijk Ondersteuner Huisarts GGZ}, maar wel met hetzelfde werk.

 

Zij weet hoe het is om mensen met werkstress, overspannenheid of burn-out in de praktijk te behandelen: “Het is fijn dat steeds meer mensen hun weg naar de POH weten te vinden.” {p 59}. Zij werkt volgens een vaste structuur. Tijdens een intakegesprek wil ze vier zaken helder krijgen: 1 de klachten; 2 iemands persoonlijke stijl; 3 de huidige situatie en 4 de gewenste situatie {p 60}.

 

4 “Moeten we bomen knuffelen of aan de antidepressiva? …”

 

Arno van Dam, Klinisch psycholoog - promoveerde op burn-out, behandelt veel burn-outpatiënten en geeft trainingen aan huis- en bedrijfsartsen {niet aan verzekeringsartsen UWV?!? Niet aan arbeidsdeskundigen?!? Lijkt mij - na lezing - een interessante doelgroep}.

 

“De mensen die echt forse burn-out klachten hebben, dat zijn mensen met behoorlijke klachten. En dat zien we ook in onderzoek: als die mensen niet behandeld worden, krijgen die klachten een chronisch karakter” {p 73}.

 

Hij pleit ervoor dat we burn-out-patiënten serieus moeten nemen: “Zonder specifieke behandeling komen mensen niet makkelijk van hun klachten af …”

 

Arno ontleedt burn-out in verschillende fases, met de daarbij behorende klachten: 1 Wittebroodsweken{in deze periode ziet hij ze meestal niet}; 2 frustratie {mensen beseffen dan dat hun baan en situatie niet is wat ze ervan verwachtten}; 3 hyperactiviteit{in dit stadium ziet hij de meeste mensen; het stadium vóór apathie: “het stresssysteem staat aan en gaat niet meer uit ~ p 75} en 4 apathie {“Ik heb wel eens vijftigers gezien die dachten dat ze vervroegd aan het dementeren waren ~ p 78}.

 

Hij reikt 7 oplossingen aan {p 79 ~ 93} en stelt ook dat er specifieke expertise nodig is om een ernstige burn-out te behandelen! {p 92}. Welke dat zijn lees je in “Aanstellers of pechvogels …” {Ik verklap verder niets …}

 

5 : Moeten we niet gewoon minder werken? …   

 

Frederieke Schaafsma, Bedrijfsarts, stelt dat burn-out volgens haar niet simpelweg het gevolg is van met zijn allen te veel werken; wel met de kanttekening dat werk wél een belangrijke rol speelt bij dit fenomeen {p 97}. Zij stelt: “het type werk dát we doen verandert en de manier waaróp we werken verandert.” {p 99}.

 

Nederland telt rond de 1700 bedrijfsartsen en er zijn ruim 12.000 huisartsen in Nederland. Een bedrijfsarts volgt eerst de opleiding tot basisarts en studeert daarna nog 4 jaar tot specialist sociale geneeskunde, met als hoofdstroom arbeid en gezondheid {p 101}. {De inzet van een bedrijfsarts volgt als een medewerker {langere} tijd ziek is; die inzet is voor werkgevers verplicht volgens de Arbowet en de Wet Verbetering Poortwachter.}

 

De psycholoog is een behandelaar en richt zich met name op de behandeling van symptomen; de bedrijfsarts legt de nadruk op de invloed van werk. “Natuurlijk hebben de twee met elkaar te maken en daarom werkt Frederieke veel samen met psychologen. Het werk loopt dus parallel maar de bedrijfsarts is de enige persoon die uitspraken kan en mag doen als het gaat over werk en {eventuele} werkhervatting {p 104}. Zij vraagt - wegens de focus op de relatie met werk - de klachten op een andere manier uit dan een psycholoog!

 

 

6 : Kunnen muizen een burn-out hebben?”

   

“In het stressonderzoek zijn wetenschappers belangrijke zaken te weten gekomen dankzij de bestudering van ratten en muizen …” {p 121}. Onno Meijer, Hoogleraar, weet alles van onderzoeken van muizen en van stress.

 

Onno onderzoekt op cellulair niveau wat stress doet: “‘Normale’ stress komt bij iedereen wel voor en is vaak nuttig. Dat is wat anders dan de stress die we bedoelen als we het hebben over werkstress. Het belangrijkste verschil: de werkstress kun je missen als kiespijn, maar deze stress niet. Sterker nog: zonder deze stress gaan we dood … {p 122}.

 

Hij legt uit wat ‘normale’ stress is {p 122} en wat dat veroorzaakt {p 124} én wat stress is na een levensbedreigende situatie {p 126} en legt dat uit in 7 stappen. Wat de relatie is tussen ratten en muizen legt hij verder hier uit.

 

7 : De loden last van de moderne maatschappij …

 

Dirk de Wachter, Psychiater, stelt: “Psychische problemen moeten we bekijken tegen de achtergrond van onze maatschappij. We leven momenteel in een tijd, waarin ik als psychiater wachtlijsten heb van hier tot ginder. Maar als men morgen het aantal psychiaters zou verdubbelen, heb ik overmorgen opnieuw wachtlijsten. De vraag is oneindig …” {p 143}.

 

Hij heeft overigens zijn bedenkingen bij die oneindige vraag. Dat komt {onder meer} tot uiting in verschillende boeken waarin hij ontwikkelingen in de maatschappij signaleert, zoals een vermindering van solidariteit en gemeenschapszin en hij merkt die niet alleen op maar koppelt die ook aan zijn overvolle wachtkamer …

 

Dirk is van mening dat er een aantal problemen spelen én dat we moeten nadenken over passende oplossingen: “… Ik heb enkel kritische gedachten over onze manier van samenleven. Eigenlijk zaken die iedereen wel weet, simpele dingen …” {p 144}. Hij reikt vervolgens drie problemen én drie oplossingen aan …

 

8 : “Hoe vertellen we het de kinderen? …

 

Stine Jensen, Kinderboekenschrijfster, stelt: “In één van haar boeken stimuleert Stine kinderen om gevoelens niet weg te stoppen, maar om na te denken over hun gevoelens én die van anderen … {p 161}.

 

“Eén van haar manieren om kinderen bewust te maken van hun gevoelens is door ze vragen te stellen … {p 163}. Ze krijgt leuke antwoorden als het gaat om geluk maar ze vraagt kinderen ook naar ongeluk … “Ik wil kinderen laten ervaren dat er gevoelens bestaan. Zo kunnen mijn kinderboeken een tool zijn om erover te praten, maar ook om ze te voelen … Soms draait ze de rollen om en zijn het de kinderen die vragen stellen …{p 165}. Ze vindt het belangrijk dat kinderen hiermee bezig zijn {p 168}.

 

9 : “Waar zijn we na al dat vliegen beland?”

 

En?

 

Wat en?

 

Wat is de conclusie van al deze gesprekken?

 

Welke conclusie?

 

Wat een burn-out is natuurlijk …” {p 177}.

 

De ‘conclusie’ lees je in “Aanstellers of pechvogels” en verklap ik hier niet. Ik nodig je uit om het boek - integraal - te lezen!

 

 Inhoud

 

Lotje Steins Bisschop en Roselien Herderschee zijn de schrijvers van “Aanstellers of Pechvogel?” op initiatief van Christiaan Vinkers en Jeroen de Ridder.

 

De royalty’s van de auteurs gaan naar onderzoek naar destigmatisering van psychische problemen.

 

De cover bevat een afbeelding van een vogel met een mitella; in mijn optiek een ‘kwetsbare’ vogel en voor mij - na bestudering van deze uitgave - passend bij de titel. Zij noemen die zelf de ‘pechvogel.’

 

‘Aanstellers of pechvogels?’ omvat Woord vooraf {p 5}; Over ons {p 12}; Inhoudsopgave {p 14}; 1 Je zal het maar hebben {p 17}; 2 Wat is het? p 28}; 3 Waar het vaak begint {p 52}; 4 Moeten we bomen knuffelen of aan de antidepressiva? {p 66}; 5 Moeten we niet gewoon minder werken? {p 92}; 6 Kunnen muizen een burn-out hebben? {p 114}; 7 De loden last van de moderne maatschappij {p 135}; 8 Hoe vertellen we het de kinderen {p 154}; 9 Waar zijn we na al dat vliegen beland? {Wat leerden deze verschillende aanvliegroutes ons? ~ p 170}.

 

Het boek omvat in totaal 192 pagina’s. Na elk onderdeel lees je op de rode pagina’s “In het kort” een samenvatting van de belangrijkste onderdelen van burn-out.

 

Mijn conclusie

 

Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

 

 

“Nog een boek over burn-out? Ja, nog een boek over burn-out. Omdat het tijd is voor een grondige verkenning van het begrip waar we zo moeilijk grip op krijgen,” lees ik op de achterflap.

 

In het ‘Woord vooraf’ lees ik dat Lotje en Roselien het boek schrijven voor jongvolwassenen. “… ‘Jongvolwassen’ zijn is geen eis: ook als je niet meer zo jong bent, of als je eigenlijk nooit volwassen bent geworden, mag je dit boek gerust lezen.”

 

Een heldere doelstelling qua doelgroep, al vind ik dat wel jammer! De opzet van het boek is methodisch en ze schrijven dit in een logische volgorde en vliegen dit professioneel én met professionals aan. Het is een verkenning van het fenomeen burn-out door professionals waarmee zij - door hun inzet - een logisch, compleet en overzichtelijk beeld geven over wat burn-out is, hoe je daar tegenaan (kunt) kijk(t)(en) en hoe complex dit fenomeen is.

 

Ik pleit ervoor dat zij in een volgende druk deze doelstelling loslaten, want in mijn optiek is dit {zéker ook} een uitstekend boek voor alle leeftijden én voor professionals, omdat zij - juist door die onderbouwing - een goed beeld schetsen over de impact die burn-out op mensen heeft.

 

Daarmee bedoel ik dat dit boek niet alleen voor jongvolwassenen is maar voor alle leeftijden én voor professionals die met burn-out te maken hebben. Dus ook voor huisartsen, praktijkondersteuners GGZ, psychologen, bedrijfsartsen, verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen, …

 

Zowel persoonlijk als professioneel kruisen mensen met een burn-out mijn levenspad en soms loop ik een stuk{je} mee en soms aanzienlijk langer. Ik zie hoe zij worstelen met die burn-out én vooral ook met de manier waarop anderen {partners, ouders, kinderen, vriendinnen en vrienden, werkgevers, … … …} daartegenaan kijken én hoe zij soms hun {voor}oordeel al klaar hebben.

 

De impact van een burn-out is soms extreem als het gaat om het privéleven én hun werkleven … En dan werkt het niet mee c.q. is het niet bevorderlijk dat ‘anderen’ het versimplificeren tot ‘onzin,’ ‘waar maak je je druk over,’ ‘niet klagen maar dragen,’ ‘én dóór,’ en meer …

 

Kortom: Lotje en Roselien schrijven: “Aanstellers of pechvogels?” In mijn optiek zijn mensen met een burn-out zéker geen ‘aanstellers.’ Zijn ze dan pechvogels? Misschien wel …

 

Doordat Lotje en Roselien je als lezer meenemen in "Aanstellers of Pechvogels?" en burn-out aanvliegen vanuit verschillende invalshoeken en zij verschillende opvattingen naast elkaar zetten, vormen ze samen één geheel en geven ze je een indruk van de veelzijdigheid en complexiteit van het begrip burn-out. “Geen aanstellerskwaal, geen pechvogelseuvel, maar een fenomeen met verschillende manifestaties.”

 

Duidelijk is in ieder geval dat zij {patiënten c.q. mensen met een burn-out} kampen met forse problematiek. Eveneens is duidelijk dat dit nu medisch {psychisch en fysiek} met behulp van de{wetenschappelijke} Maslach Burn-out Inventory {MBI} of de Burn-out Assessment Tool {BAT} objectief is vast te stellen … Daarmee komt {hopelijk} een einde voor de ‘aanstellers’ en / of de ‘pechvogels en worden mensen met een burn-out vanaf nu wel degelijk serieus genomen …

 

Ik zie, voel en hoor de onmacht van hen die worstelen met een burn-out. Sommigen kunnen nauwelijks iets presteren en dat beïnvloedt de kwaliteit van hun leven …

 

Wat betekent dit voor jou?

 

Wat betekent dit voor jou als naaste? …

 

“Aanstellers of pechvogels” is géén zelfhulphandboek. Het is géén ‘zielig’ boek. Je vindt géén concrete antwoorden … Het is een boek met een bijzondere en - naar mijn mening - unieke aanvliegroute om het ‘fenomeen’ burn-out bespreekbaar te maken!

 

Heel bijzonder is ook dat de auteurs alle royalty's van dit boek beschikbaar stellen aan destigmatisering van psychische problemen!!!

 

Zónder enige twijfel: Waardering: 5+ uit 5.

 

Een zéér waardevol boek en daarom Van Harte Aanbevolen!

 

Zelf lezen?

 

Aanstellers of pechvogels?

“burn-out ontrafeld”

Lotje Steins Bisschop en Roselien Herderschee

ISBN: 978 90 589 8344 2 - 1e druk 2021

Uitgegeven door De Tijdstroom

 

© Cees van der Boom 

 

Trotse pa van Joanne, Sietske & Irene

 

Geregistreerd Arbeidsdeskundige RAD {SRA} | Gecertificeerd Arbeidsdeskundige CERT-AD {DNV-GL} | Life-Coach voor mensen met kanker | Re-integratiedeskundige | Geregistreerd Coach {NOBCO} | Geregistreerd Loopbaanprofessional & Outplacementbegeleider RL {NOLOC} | Bedrijfsmaatschappelijk werker | Jobcoach | MCI Mastercoach | Storyteller | Spreker | Recensent | Reiki Master | Psychiatrisch Verpleegkundige

 

Bewerking cover: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

 

Meer recensies en storytelling op mijn website