Handboek Spiegelogie

Recensie - © Cees van der Boom
Recensie - © Cees van der Boom

Willem de Ridder : 

 

“Handboek Spiegelogie”

 

“Wees je eigen fan”

 

Voorwoord

 

In het voorwoord schrijft Willem de Ridder dat dit het enige boek is dat hij schreef en dat dit de 9e herziene druk is. “Het is een boek dat je vertelt hoe je je leven weer in beweging kunt krijgen.” {p 7}

 

Yvonne Samuels: “Willem heeft mij gevraagd iets te schrijven over mijn persoonlijke ervaringen met het fanclubspel. Ik vind dat een buitengewoon verrukkelijke vraag, omdat mijn leven zo ingrijpend veranderd is dor de deelname aan dit spel … Het fanclubspel gaat uit van de gedachte: alles wat ik zie dat ben ik zelf. Jij bent de spiegel die mij voorgehouden wordt. En ik ben overigens jouw spiegel. Ik ben een andere jij … Het fanclubspel heeft dus alles te maken met beter zien. Dat alles is voortgekomen uit een concentratie op het gevoel in plaats van het verstand.” {p 8}

 

Inleiding

 

“… Ik kan mij nog herinneren hoe belachelijk ik het idee vond om via anderen te oefenen om mijzelf te leren appreciëren. Toch moest ik al snel toegeven dat er van alles begon te veranderen in mijn leven, zonder dat ik er veel moeite voor deed.” {p 11}

 

Daarna beschrijft hij dat er fanclubbijeenkomsten spiegelogie zijn. Het gaat blijkbaar dus om veranderen en in beweging komen maar hij geeft nog geen enkele uitleg wat dat dan is, wat de methodiek is, hoe dat dan werkt, etc.

 

Gewoontes

 

“Er komen steeds meer boeken uit over ‘hoe het leven werkt’ en het lijkt wel of ze steeds door mensen verslonden worden … Dit is dus weer zo’n boek en er staat niets in dat je al niet weet.” {p 13} Dat lijkt een statement; ik sprak iemand over dit boek en die las vanaf dat punt niet meer verder …

 

Ik begeleid veel mensen. Mensen maken - net als ik - fouten. Dat is een leerproces. Thomas Moore beschrijft dat zo mooi in ‘De ziel kent geen leeftijd.’ Tijdens begeleidingstrajecten zeg ik wel: ‘Ik hoop dat je veel op je snufferd gaat.’ Dat betekent voor mij namelijk dat je leert en reflecteert en leert en etc. Zo zegt Willem ook dat dit boek je leert zwemmen: ‘Als je het uit hebt weet je precies hoe het werkt, maar als iemand je onverwachts in het water duwt, verdrink je toch (met al je kennis). Zwemmen kun je niet in theorie leren, dat weet jij ook wel.”

 

Waarom lees je dit boek?

 

“Aan jou valt niets, maar ook niets te verbeteren” {p 15} Als dat zo stellig gezegd wordt, is het dus de vraag waarom je dit boek leest. Blijkbaar is het toch succesvol want dit is - zoals gezegd - al de 9e herziene druk dus het voorziet blijkbaar in iets.

 

Eigenlijk gaat dit boek over ‘sprookjes’ {p 19} en terwijl we allemaal weten dat sprookjes niet bestaan beginnen we om kinderen sprookjes te vertellen. Bijna avond aan avond vertelde ik verhaaltjes aan mijn (toen kleine) dochters maar o wee als ik iets toevoegde of iets wegliet, of ik las een sprookje: ‘Er was eens …’ Of las ik boekjes voor zoals: ‘Liselotje is een meisje, en ze woont in een paleisje, in een land hier ver vandaan, waar heel veel paleisjes staan.’

 

Misschien las jij die ook? Of genoot je er van om ze keer-op-keer te horen? Maar wat leren we kinderen nu eigenlijk? Eigenlijk houden we ze voor de gek want als ze groter worden horen ze ineens dat sprookjes niet bestaan.

 

Een baby beschikt over pure oerkracht {p 29}, waar niets of niemand tegen bestand is. Hoe ga je daar als ouder mee om? En hoe gaat een kind daar mee om? Want als je groter wordt, moet je vooral weer veel afleren … Je krijgt immers kritiek als je maar even van de norm afwijkt want er wordt van je verwacht dat je in het systeem past. Waarom eigenlijk?

 

Kinderen zijn ontwapenend omdat ze totaal openstaan {p 30}. Bij mannen en vrouwen worden de moedergevoelens opgewekt. Daarom heeft Walt Disney zijn imperium opgebouwd met baby’s. Al zijn stripfiguren hebben babyhoofdjes, onschuldige grote ogen, ronde wangetjes, schattige oogwimpers zoals bv. Mickey, Dombo, Bambi, … {p 31}. Het werkt!

 

Laatst aten wij op een bankje een ijsje. Naast ons kwam een man en een vrouw zitten met een olijk lachend kindje in de buggy. Man en vrouw zaten overduidelijk te genieten van hun ijsje en alle contact met de omgeving leek verloren. Het kindje zat direct in hun blikveld en probeerde op alle manieren om aandacht te krijgen: hij keek steeds opnieuw de man en de vrouw aan, trok gekke bekken, smakte met zijn lipjes, zwaaide vrolijk met zijn armen, maar wat hij ook deed: niet een keer een lik van dat ijsje; überhaupt geen aandacht!

 

Stel nu dat hij het op een krijsen had gezet? Zie je het voor je? Een verstoorde blik van de man en de vrouw, boze opmerkingen, … Hij voldoet immers niet meer aan ‘het systeem?’ Waarom mocht hij niet gewoon meegenieten?

 

Wat leerden deze man en vrouw dat kindje? “Als we flink ons best doen om ‘lief’ te zijn, horen we niks, want dat is normaal, zo hoort het!’ {p 43}. Wat is hier nu ‘normaal?’

 

Leugens

 

Willem miste de verhalen van de onderwijzer in de 3e klas zo erg, dat hij zelf startte met vertellen. “Mijn eerste vraag was altijd: ‘Waar waren we gebleven?’ En vier keer per dag verzon hij jarenlang het ene avontuur na het andere.” Hij vergelijkt dat met nu: “Tegenwoordig vertellen we elkaar geen verhalen, maar ‘praten’ we. Als we praten, vertellen we over dingen die ECHT gebeurd zijn en die je dient te geloven. Iedere verteller weet dat hij de ander daardoor beïnvloedt. Om die invloed nog sterker te maken worden de meeste verhalen tegenwoordig gedrukt. In de krant is het pas echt waar …” {p 45}.

 

Interessant is ook het verhaal van een jongen die in Amerika illegaal met een goederentrein wil reizen en op een rangeerterrein de schuifdeur van een vrieswagen heeft opengeschoven {de clou lees je op p 46}. Wat hier van belang is: “Als je iets 100% gelooft, wordt het jouw realiteit. Neem de realiteit dus niet al te serieus …”

 

Mijn conclusie

 

Dit boek is redelijk toegankelijk geschreven maar ik had graag gezien dat Willem eerder aangaf wat nu de fanclub is en wat het fanclubspel inhoudt. Daardoor raakte mijn interesse soms weg en legde ik het boek meerdere keren weg om een ander boek voorrang te geven. Dat vind ik jammer.

 

De laatste zin die ik aanhaal triggert ook: ‘Neem de realiteit dus niet al te serieus.’ Dat zou ík graag anders verwoorden. In lezingen en dergelijke houd ik mijn publiek vaak voor: “Wat ik je vertel is míjn waarheid. Ik probeer je mijn visie te laten zien en hoop jou er mee uit te nodigen om er iets mee te doen. Dat ik je inspireer om anders te denken en jouw visie, idee, waarheid, … eens vanuit een ander perspectief te belichten. Daarmee wil ik je graag uitnodigen en niet beïnvloeden. Voor mij heeft dat alles te maken met respect voor de ander …”

 

Aanbevolen!

 

Zelf lezen?

Handboek Spiegelogie

Wees je eigen fan!

Willem de Ridder

ISBN : 978-90-202-0214574-6 - 9e herziene druk

AnkhHermes

 

© Cees van der Boom

 

Wij maken gebruik van cookies!

Door gebruik te maken van deze website ga je er mee akkoord dat deze website cookies plaatst op jouw apparaat.

Een cookie is een klein tekstbestand dat door de website wordt gebruikt om de website te laten functioneren en je bezoek efficiƫnt te maken.

Klik op akkoord voor een volledig werkende website, of bekijk eerst de details op de detail pagina alvorens je akkoord gaat.