Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden

Recensie - © Cees van der Boom
Recensie - © Cees van der Boom

Pimm van Hest : 

 

“Misschien is doodgaan hetzelfde als een vlinder worden”

 

Hoe ga je om met de dood? Sommige mensen praten daar heel gemakkelijk over maar over het algemeen is dat voor veel mensen toch een lastig onderwerp. Iets dat voor veel mensen nauwelijks te bevatten is; een onderwerp dat ze het liefst laten liggen en waar ze niet over praten. “Dat komt wel als het zo ver is …”

 

En dan ‘ineens’ ontstaat er een situatie waar bij deze onderwerpen volop in de schijnwerpers staan. Nietsontziend en op een manier waar je er niet omheen kunt. Je wordt zelf ziek of jouw partner, …

 

Sommige mensen kunnen dan nog steeds niet daarover praten want het is dan vervolgens weer afhankelijk welke copingstijl (jouw verwerkingsmanier hoe jij met stress en de stresserende situatie omgaat) je hebt en hoe je daar mee omgaat.

 

Enkele stijlen: Je pakt die situatie actief aan, je zoekt sociale steun, je uit je boosheid en je emoties, je vermijdt het, en … mogelijke combinaties in die stijlen als de dood is er dan ineens of in aantocht is.

 

Als het voor volwassenen al lastig is, hoe is het dan voor kinderen? Hoe leg je hen uit wat de dood is en wat de dood voor gevolg(en) heeft?

 

Boordevol vragen …

 

Ik maak met enige regelmaat mee dat kinderen hier mee te maken krijgen en dan boordevol met vragen zitten. De dood is er voor het kind zelf of nadert voor een allerbeste vriendje of voor hun moeder, vader, …

 

Pimm doet een goede poging om de dood bespreekbaar te maken maar er is iets … Iets wat (voor mij) niet klopt …

 

De vormgeving en ook het formaat van het boek, vind ik erg mooi en uitnodigend. Dat geldt zeker ook voor de mooie tekeningen van illustrator Lisa Brandenburg.

 

Wat mij ook erg aanspreekt zijn de tips van rouwtherapeut Rebecca Dabekussen, zoals: ‘Je hoeft niet op alle vragen het antwoord te weten.’

 

Inhoudelijk

 

Dan ga ik naar de inhoud. Op de colofon is vermeld: ‘Een indrukwekkend prentenboek dat kinderen de ruimte geeft om hun vragen, angsten, gedachten en ideeen rondom de dood te verwoorden. Voor kinderen vanaf 5 jaar.’

 

Duidelijk is dus dat dit en boek is voor kinderen. Pimm schrijft een verhalend boek met daarin de dialoog tussen Christiaan en zijn opa in het park. Als het dus een boek is voor en door kinderen, dan betekent dat voor mij dat de uitleg op het niveau van kinderen afgestemd moet zijn.

 

Het boek begint:

 

“Christiaan kijkt opa aan.

‘Mag ik die rups meenemen?’

‘Waarom?’ vraagt opa.

‘Dan kan ik hem thuis in een potje doen.’

‘Hm … ik weet het niet,’ zegt opa.

‘In dat potje van jou gaat-ie misschien heel snel dood.’

‘O,’ schrikt Christiaan.

Opa knikt.”

 

Doeltreffend, maar bijna als een voltreffer en op de manier van een slechtnieuwsgesprek. Tsjak Pats Boem. Misschien is dat ook wel een juiste aanpak, dus laat ik het nog even open.

 

‘Volwassen taal’

 

Verderop in het boek lees en herlees ik teksten die Pimm gebruikt. Ik sta stil bij de manier waarop hij dat doet. Voor mij is het een wijze en een stijl die ik niet bij kinderen verwacht. Juist voor de kinderen in deze doelgroep - kinderen vanaf 5 jaar - verwacht ik ‘Jip-en-Janneke-taal’ op kindniveau. Wat ik lees is ‘volwassen’ taal die naar een kind toe is geschreven.

 

‘Die kans is klein’ ???

 

Ik werk veel met zieke kinderen. Zij hebben - helaas - wel degelijk te maken met eerder doodgaan dan hun moeder, vader, opa, oma, … Kun je daarom dan wel zeggen dat ‘die kans is klein’ als het gaat over de kans dat Christiaan eerder doodgaat dan zijn opa? Dat staat er wel maar dat is namelijk lAng niet altijd zeker …

 

Ik werk veel met kinderen die hun allerbeste vriendje binnenkort zullen verliezen. Ook zij komen met deze vragen. Wat is de impact als zij dit boek lezen? Wat is de impact op hen als zij lezen dat ‘die kans is klein’ terwijl het de verwachting is dat dit binnen zeg maar twee maanden keiharde realiteit zal zijn?

 

En ben jij al (een) kind(eren) tegengekomen die zegt dat hij wil weten wanneer hij doodgaat om daarvoor nog allemaal leuke dingen te doen? Is een kind van 5 - de doelgroep - daar - op die manier - mee bezig?

 

Wat is er na de dood?

 

Een ander iets. Voor mij valt het gesprek direct stil als Christiaan aan opa vraagt wat er na de dood is. ‘Daar vraag je me wat, jongen. Weet je, ik zal het je vertellen als ik dood ben.’ ‘Dat kan dan toch niet meer?’ ‘O nee, Je hebt gelijk. Tja, dan weet ik het antwoord nog niet. Ik ben nog nooit doodgegaan …’

 

Is ‘spreken’ dan de enige vorm die van belang is? Veel naasten die ik spreek, ervaren wel degelijk één of andere vorm van contact met iemand die is doodgegaan, zoals die ene moeder aan wie ik dit boek ook liet lezen. Haarfijn vertelde ze mij dat er weliswaar geen sprake is van ‘vertellen’ maar wel degelijk van ‘waarnemen.’ En die ene man die vertelt dat hij allerlei ‘tekens’ ziet, waarbij er absoluut geen sprake is van toeval.

 

Mijn conclusie

 

Het is een mooi vormgegeven boek met prachtige illustraties en goede tips van een deskundige.

 

De inhoudelijke teksten gaan voor mij aan meerdere situaties (voor kinderen) voorbij als ik let op het toegepaste taalgebruik. Voor mij is deze stijl niet aansprekend.

 

Bepaalde specifieke uitspraken maken het boek ook niet geschikt voor een grote(re) groep kinderen die zelf ziek zijn en op korte termijn de dood onder ogen zullen zien. Ik vind dat een gemiste kans.

 

Datzelfde geldt voor kinderen die hun beste vriendje verliezen, want ‘die kans is klein.’ Een gemiste kans.

 

Dit alles maakt voor mij dat dit boek inzetbaar is voor een (zeer) beperkte(re) doelgroep kinderen in relatie tot de opzet: het bespreekbaar maken van de dood voor kinderen in veel bredere zin.

 

Ik geef dan ook ouders, leerkrachten, … de tip mee: lees eerst het boek en bepaal vervolgens of dit toepasselijk en toepasbaar is in jouw situatie. Dat is helaas minder vanzelfsprekend dan zoals je de colofon leest ...

 

Alleen aanbevolen als dat toepasselijk is in jouw situatie ...

 

Zelf lezen?

 

Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden

Pimm van Hest

Clavis : 978-90-44832433 - 1e druk

 

© Cees van der Boom