Onveilig huwelijk zorgt voor drama’s

Storytelling: © Cees van der Boom | Illustratie: © Remko van Rijthoven
Storytelling: © Cees van der Boom | Illustratie: © Remko van Rijthoven

"Onveilig huwelijk zorgt voor drama's"

 

* Tip vooraf: je kunt deze story als heftig ervaren! *

 

Ze is 'gelukkig' getrouwd ...

 

Ze is gelukkig getrouwd, tenminste … dat dacht ze … Ze krijgt twee jongens en krijgt achterdocht als haar man steeds opnieuw ’s avonds, na zijn ’drukke’ baan, weg is. “Ik ben druk in overleg,” “Ik heb het razend druk,” en meer van dat soort opmerkingen, houdt hij haar steeds weer voor …

 

Ze ligt al op bed als hij op een avond laat thuiskomt. Hij is behoorlijk aangeschoten en woedend, omdat ze niet op hem wachtte. Hij sleurt haar uit bed en wil persé nog een fles wijn opentrekken. Zij is extreem vermoeid, want haar jonge jongens vreten tijd en aandacht …

 

Afgezien van haar drukke baan, overigens. Ze maakt daar een opmerking over en hij schiet totaal uit zijn slof. Zijn woede ontspruit uit het feit dat zij een betere baan en met meer aanzien heeft dan hij. Het maakt hem jaloers, ontevreden en woedend. En dat reageert hij op haar af …

 

Wat doet zij nu helemaal

 

Met zijn kenmerkende narcistische persoonlijkheidstrekken maakt hij vernederende opmerkingen richting haar en hij laat haar weten dat hij - en niet zij - meer inkomen genereert. Juist híj heeft het veel drukker; heeft meer verantwoordelijkheid en tenslotte: wat dóet zij nu helemaal?!?

 

Zij waagt het daar een opmerking over te maken en dat is er - in zijn ogen - net één te veel … Hij ontploft en slaat haar in haar buik. De klap is zo enorm dat zij - letterlijk - achterover vliegt en met haar hoofd tegen de muur ploft. Het licht gaat uit en zij valt bewusteloos neer …

 

Hij laat haar liggen; kijkt niet meer naar haar om en gaat naar bed. Als ze - pas veel later - wakker wordt, hoort ze zijn geronk en haar blik is vol ongeloof. Moeizaam komt ze overeind en haar blik valt op zijn kleren. Intuïtief pakt ze die op en ruikt een ‘raar’ parfum; een lucht die ze niet herkent.

 

Ze pakt een deken en zoekt een plek op de bank. ’s Nachts schiet ze meerdere keren wakker omdat ze geluiden hoort. Ze bemerkt dat ze een enorme spanning voelt en ook dat ze bang is. De volgende dag is ze al vroeg wakker, sleept zich naar de badkamer en kleedt zich aan. Alles doet haar pijn …

 

Even later hoort ze dat haar jongens wakker zijn en ze maakt hen klaar voor de nieuwe dag. Haar oudste zoon gaat naar de basisschool en de jongste naar de opvang. Ze zit met haar jongens aan tafel als hij ineens beneden komt. Angstig kijkt ze om zich heen maar hij doet alsof er niets is voorgevallen …

 

Ze vermijdt oogcontact

 

Ze vermijdt oogcontact en richt alle aandacht op haar jongens. Dat irriteert hem en hij begint al weer te mopperen. Haar jongens voelen dat haarfijn aan en ook zij mijden oogcontact. Ze verstijven alle drie als hij ineens met donderend geweld met zijn vuist op tafel slaat.

 

Verschrikt kijken ze alle drie op en de jongste laat zijn bord met eten vallen. Het klettert op de grond en het bord valt in stukjes uiteen. Hij vloekt, raast en tiert en de jongste schrikt daar zo van dat hij begint te huilen. Dat vergroot zijn razernij en hij haalt uit naar hem.

 

Die zag dat al aankomen en duikt in no-time onder tafel. Met een driftig gebaar staat hij op en hij wil hem alsnog slaan, maar dan vindt hij haar op zijn pad. Voordat zij het goed en wel in de gaten heeft, slaat hij haar hard in haar gezicht.

 

Ze is ferm maar krijgt klappen

 

“Ik laat mijn kinderen niet slaan door jou,” zegt ze ferm, maar dat is als olie op het vuur voor hem en weer krijgt ze een harde klap. Die laatste is zo hard dat er een bloedende wond ontstaat en snel gaat ze met haar kinderen naar de badkamer.

 

Met een snel gebaar veegt ze het bloed uit haar gezicht. “Dit kan zo niet langer,” zegt ze hardop in zichzelf. “Dit moet veranderen.” Met make-up maakt ze haar gezicht weer enigszins toonbaar en gaat dan met de kinderen naar beneden.

 

Ze pakt de autosleutels; trekt de kinderen hun jas aan en bepakt en bezakt zegt ze kort tegen hem: “Ik breng de kinderen weg en ga naar mijn werk.” “Het zal wel,” zegt hij slechts kort, zittend op de bank en strak kijkend naar de televisie.

 

“En … wat doe jij?!?”

 

Op haar werk spreekt ze de arbeidsdeskundige die ze goed kent en vertelt wat er voorviel. Hij hoort haar verhaal aan en stelt - meelevende - vragen. Ze sparren langere tijd samen en dan zegt ze tegen de hem  dat ze doodsbang is dat hij de kinderen iets aandoet. “En … wat doe jij?!?”

 

Een indringende vraag die haar bang maakt en bezig houdt. “Ik wil scheiden maar ik ben bang,” antwoordt ze. De arbeidsdeskundige knikt instemmend en zegt: “Dat geloof ik … Is het de angst die je tegenhoudt? Of speelt er meer?!?”

 

Ze breekt en huilt met grote halen. De arbeidsdeskundige kalmeert haar en zegt: “Denk er rustig over na en doseer je stappen. Ik ken je en ik wéét dat je een sterke vrouw bent en dat je meer kunt dan je denkt. Als het op enig moment onveilig is, bel dan 1-1-2.” Ze knikt instemmend.

 

Als ze weer terug op haar werkplek is, kan ze zich nauwelijks concentreren. Ze maakt enkele fouten en dat valt haar manager op. “Wat is er met je?” vraagt hij. “Ik kan er nu niet over praten,” antwoordt ze. “Neem maar even pauze en kom terug als je je weer beter voelt,” zegt hij.

 

 “Ik kan je helpen …”

 

Ze gaat naar buiten en belt haar beste vriendin. Samen sparren ze langdurig en haar vriendin moedigt haar aan om stappen te zetten. “Ik kan je helpen … Je kunt wel zo lang bij mij wonen met je jongens,” biedt ze haar aan.

 

“Ik weet het nog niet,” zegt ze en haar stem breekt. “Ik durf niet zo goed …” “Vanavond kom ik naar je toe en dan verzamelen we de spullen die je mee wilt nemen. Dan kom je lekker bij mij …” “Ik durf het niet,” zegt ze angstig. “Ik wil er nog even over nadenken …”

 

Na haar werk rijdt ze gedachteloos naar de opvang en haalt daar haar jongste zoon op. Vervolgens naar school om haar zoon op te halen. Daarna rijdt ze naar huis. Er spookt van alles door haar hoofd en ze is stil. Haar jongens merken dat feilloos op en worden vervelend.

 

Ze richt haar aandacht op hen en vraagt hoe het was. “Het was wel leuk,” zegt haar oudste zoon. “Er is een jongen die mij pest en dat vind ik niet leuk.” Ze schrikt en vraagt door. In korte antwoorden vertelt hij wat er voorviel en ze gruwt van wat hem overkomen is.

 

“Waarom is er nog geen eten?”

 

Even later draait ze met haar auto de oprit op. Ze loopt rustig naar binnen. Haar man ziet dat vanaf een afstandje en komt even later binnen. “Waarom is er nog een eten?” briest hij. “Ik ben net thuis met de jongens,” stamelt ze.

 

“Zelfs dat kun je nog niet … Je weet toch dat als ik thuis kom ik direct eten wil hebben?” Met een driftig gebaar smijt hij zijn tas in de hoek naast de kast. Door de klap valt een lamp in stukken uiteen op de grond en dat maakt hem direct weer woedend.

 

“Dat is jouw schuld … Als je nu gewoon het eten klaar had …” zegt hij dreigend. “Ik ga direct aan de slag,” mompelt ze aangeslagen. Ze spoedt zich naar de keuken maar voor hem hoeft het al niet meer. “Jij kunt ook helemaal niks,” briest hij. Boos haalt hij opnieuw naar haar uit maar ze ontwijkt zijn klap.

 

Hij vloekt, raast en tiert en zegt dan woedend dat hij wel ergens anders gaat eten. Hij pakt zijn tas weer, loopt driftig naar zijn auto, stapt in en scheurt weg. Dát doet voor haar de deur dicht. Ze belt haar vriendin en vraagt haar om hulp.

 

 “Ik kom er aan …”

 

“Ik wil nu weg met de kinderen,” zegt ze kort. “Ik kom er aan,” luidt haar korte antwoord. Even later is haar vriendin bij haar en helpt haar om spullen te verzamelen die ze mee wil nemen. Ook kleding en speelgoed van haar kinderen.

 

In no-time heeft ze samen met haar vriendin alles verzameld en pakken ze haar auto en die van haar vriendin in. “We gaan bij haar logeren,” zegt ze slechts kort tegen haar kinderen. Die juichen want bij haar is het altijd leuk dus dat is geen probleem voor hen.

 

Even later spelen de kinderen bij haar vriendin in huis en is ze in gesprek met haar vriendin. “Wil je bij hem weg?” vraagt haar vriendin. “Ja,” zegt ze kort. “Dit kan niet meer maar ik ben wel bang voor waar hij toe in staat is.”

 

’s Avonds in bed ligt ze continu te piekeren. Ze kan de slaap nauwelijks vatten maar kijkt ook terug op hoe enthousiast de kinderen waren. Ze speelden met hartenlust in de mooie tuin, genoten van de pannenkoeken die haar vriendin bakte en gingen met plezier slapen in hun ‘nieuwe’ bed.

 

“Haar man merkt het direct …”

 

Als haar man van zijn werk thuis komt, merkt hij direct dat er wat is veranderd. Ingrijpend veranderd. “Het zal toch niet,” denkt hij boos. “Die sloerie is niet te vertrouwen.” Hij pakt zijn telefoon en belt haar. Zij ziet op haar telefoon dat hij belt maar ze besluit - met angst in haar hart - om niet op te nemen.

 

Hij volhardt en belt opnieuw en opnieuw. Zij blijft zijn telefoontjes negeren en uiteindelijk valt ze in een rusteloze slaap. Als ze midden in de nacht wakker schiet na een beangstigende droom, ziet ze 267 gemiste oproepen. Hij sprak ook haar voicemail in.

 

De berichten die hij insprak beginnen vriendelijk maar worden steeds grimmiger. Met zijn narcistische persoonlijkheidskenmerken is het natuurlijk ondenkbaar dat zíj weggaat en hij de regie kwijt is. Het maakt haar zo angstig dat ze gaat twijfelen.

 

Ze maakt haar vriendin wakker en samen luisteren ze naar de berichten die hij insprak. Zij schrikt daar van en pakt haar vriendin stevig vast. “Je moet nu écht stappen zetten,” zegt ze. “Wie weet wat hij je aan doet en waar hij toe in staat is …”

 

Dan valt voor haar het kwartje. Dit huwelijk is onveilig en ik moet nu écht voor mijzelf en mijn jongens kiezen, denkt ze. Ze spreekt dat ook uit naar haar vriendin. Die kent een goede advocate die haar kan helpen. Ze besluit om die morgen te spreken.

 

Heel charmant spreekt hij met andere ouders …

 

Storytelling: © Cees van der Boom | Illustratie: © Remko van Rijthoven

 

De volgende dag brengt ze haar jongste zoon weer naar de opvang. Angstig kijkt ze om zich heen, maar ze ziet hem nergens. Opgelucht loopt ze met hem en haar oudste zoon naar binnen en bespreekt met de leidster wat er gebeurde en met de dringende oproep dat zij hun zoon niet met hun vader meegeven.

 

Vervolgens rijdt ze met haar oudste zoon naar zijn school en de schrik slaat haar om het hart als ze zijn auto ziet staan. Ze parkeert de auto en vlucht met haar zoon de school in. Ook daar doet ze haar verhaal en spreekt af dat de schoolleiding hem niet meegeven aan hun vader.

 

Als ze weer naar buiten loopt, ziet ze haar man staan. Hij is ‘gezellig’ en heel charmant in gesprek met andere ouders, maar als hij haar ziet, onderbreekt hij het gesprek en loopt naar haar toe. Hij slaat haar arm om haar heen en ogenschijnlijk ‘vriendelijk’ lopen ze naar zijn auto.

 

Bij zijn auto is hij merkbaar woedend en vraagt haar wat ze van plan is: “Waarom was je gisteravond niet thuis? Het huis is leeg en ik mis allerlei spullen,” vraagt hij dreigend. “Ik ga bij je weg,” zegt ze ferm. “Dat doe je niet,” zegt hij dreigend en knijpt haar fors in haar arm.

 

“Morgen krijg je de scheidingspapieren”

 

“Morgen krijg je de scheidingspapieren,” herhaalt ze ferm. Hij kijkt even om zich heen en ziet alleen mensen op grote afstand. “Ik maak je kapot,” zegt hij terwijl hij zich groot maakt. “Ik vermoord je liever dan dat je bij me weggaat.” Hij pakt haar vervolgens bij haar keel.

 

Happend naar lucht ziet ze ineens in de verte een politieauto aankomen. Hij ziet dat ook en laat haar los. De politieauto rijdt hen langzaam voorbij en hij zwaait vriendelijk naar de agenten die in de auto zitten. Ze zwaaien terug want ze zien niets bijzonders.

 

Als de politieauto weer is verdwenen, herhaalt hij zijn dreigement. “Ik maak je kapot! Je kunt niet bij mij weg. Je bént immers niets zonder mij?” Ze haalt diep adem en - onmerkbaar waar ze de moed vandaan haalt - herhaalt ze kort en krachtig: “Ik ga bij je weg!”

 

“Daar krijg je spijt van!” zegt hij slechts kort. Hij stapt in zijn auto en raast weg. Haar hart bonst in haar keel en ze belt haar vriendin. Ze schetst kort wat hij deed en wat hij zei. “Kom hierheen, dan gaan we meteen naar de advocate!” zegt ze.

 

 “Ik ben bang dat hij de kinderen ontvoert …”

 

Even later zitten ze bij de advocate en spreken ze alles door. “Ik ben bang dat hij de kinderen ontvoert,” zegt ze tegen haar. “We zullen alles doen om dat te voorkómen,” zegt zij. “Ik maak de papieren in orde en ik zorg ervoor dat de deurwaarder die vandaag nog bij hem op zijn werk brengt.

 

Zogezegd, zo gedaan. ’s Middags staat de deurwaarder bij hem op zijn werk en meldt zich bij de directeur HRM. Die laat hem oproepen en even later zit hij in de kamer en overhandigt de deurwaarder de papieren aan hem.

 

Hij is heel charmant en probeert de deurwaarder in te pakken: “Ze weet niet wat ze doet. Ze is helemaal in de war en weet niet wat ze doet,” zegt hij tegen de deurwaarder. Het lijkt alsof hij heel kalm is maar in zijn ogen ziet de directeur HRM een gevaarlijke gloed in zijn ogen. Fanatisch, lijkt wel.

 

 “Ze zet dus door, die sloerie …”

 

Hij vraagt onmiddellijk verlof en krijgt dat. Even later zit hij in zijn auto en zijn brein maakt overuren. Razendsnel vormt een plan in zijn hoofd dat steeds vastere vormen aanneemt. “Ze zet dus door, die sloerie!” Hij belt zijn broer in het buitenland en schetst kort wat er voorviel.

 

“Kom naar ons,” zegt zijn broer kort. “Doe ik,” zegt hij even kort terug. Hij rijdt naar huis en pakt enkele spullen in, inclusief zijn paspoort en dat van de kinderen. Hij bewaarde die op een speciale plek; een plek die zij niet wist. Hij boekt snel tickets online en is er helemaal klaar voor.

 

Even later is hij bij de opvang en hangt een smoesje op dat hij zijn zoon meeneemt omdat er ‘iets is met zijn vrouw en ze in het ziekenhuis ligt.” Een stagiaire gelooft dat en haalt zijn zoon op. Niet snel daarna zit hij weer in de auto en rijdt naar de school van zijn oudste zoon.

 

De leerkracht wil zijn zoon niet meegeven, omdat zijn vrouw een duidelijke oproep deed. Op zeer charmante wijze palmt hij haar echter in en zegt dat er écht iets is met hun moeder en dat ze in het ziekenhuis ligt: “Het gaat écht niet goed met haar.” De leerkracht zwicht en haalt zijn zoon op.

 

 Op weg naar het vliegveld

 

Even later zitten ze met z’n drieën in de auto en hij rijdt doelbewust naar het vliegveld. Met de tickets in zijn hand zegt hij tegen de kinderen dat ze onverwachts op reis gaan en dat hun moeder later ook komt. Ze geloven hem maar zijn wel angstig.

 

Ze lopen naar de balie en hij zet de koffers op de lopende band. Daarna meldden ze zich bij de gate en even later zitten ze al in het vliegtuig. “Dat is mooi gelukt,” denkt hij. Hij waant zich onaantastbaar en groots en voelt zich als een winnaar.

 

Op dat moment komt zij bij de opvang om haar zoon op te halen. “U hier?!?” vraagt de stagiaire? “Er was toch iets met u aan de hand?!? U lag toch in het ziekenhuis?!?” Ze wordt bleek en vraagt waar haar zoon is. “Die is met uw man mee.” “Ik zei u toch om dat onder geen voorwaarde te doen?”

 

De stagiaire realiseert zich dan dat ze een grote fout maakte en biedt haar excuses aan. “Hij was zó geloofwaardig,” stamelt ze. In blinde paniek rijdt ze dan naar de school van haar oudste zoon. Daar krijgt ze hetzelfde verhaal te horen.

 

Het wordt zwart voor haar ogen en ze zakt ineen. De leerkracht vangt haar op en alarmeert 1-1-2. De ambulance is snel ter plaatse en brengt haar weer bij. “Mijn kinderen,” zegt ze en raakt weer bewusteloos. Opnieuw brengen ze haar bij en ze kijkt verdwaasd om zich heen. “Mijn kinderen,” zegt ze weer.

 

Er is geen reden om haar mee te nemen en de ambulance vertrekt weer. Met grote tegenwoordigheid van geest belt ze dan de advocate en doet haar verhaal. Alert als die is, vraagt ze of haar man toegang heeft tot de paspoorten van haar kinderen. “Ja,” zegt ze, “die heeft hij in bezit.”

 

 Ze alarmeert de politie

 

“Ik ga bellen,” zegt ze kort. Ze alarmeert de politie en doet het verhaal uit de doeken. Een politieauto spoedt zich naar de school en stelt haar allerlei vragen. Ze is dan volledig uit het veld geslagen en de agenten krijgen moeizaam een beeld van wat er gebeurde.

 

“De situatie is ernstig,” zegt een agente. Ze neemt contact op met de meldkamer en dan gaan de raderen draaien. De politie komt er al snel achter dat haar man met haar kinderen in het vliegtuig zitten en helaas ook dat die net is opgestegen.

 

Vertwijfeld hoort ze dat aan en is ten einde raad. “Hij is op weg naar een land waar geen uitleveringsverdrag mee is …” Het komt bij haar binnen als een mokerslag: “Zie ik mijn kinderen dan nooit meer?” vraagt ze.

 

“Het wordt moeilijk,” antwoordt de agente. Ze begint hartverscheurend te huilen en de agenten staan er machteloos bij. Ze kunnen niets doen want haar man is ouder en heeft beschikkingsrecht. Oók als er een scheidingsprocedure loopt …

 

Onverwacht krijgt ze een foto …

 

Twee dagen later krijgt ze een foto van haar man. Breed lachend zit hij met haar (en zijn) zoons onder een palmboom. Lachend kijken ze de camera in. De tekst is kort maar veelzeggend: “I told you so … I’m breaking you.” Haar hart slaat over als ze de foto ziet.

 

Weken later dient de rechtszaak bij de rechter. Uiteraard is ze daar alleen en de rechter stelt indringende vragen. Via de griffier ziet de rechter de foto en begrijpt wat er voorviel. Het valt haar zwaar: “Wat moet dat moeilijk zijn voor u …”

 

Ze knikt instemmend, maar is lamgeslagen. Haar hoofd tolt en ze weet het even niet meer. De rechter ziet dat en vraagt de griffier om haar een glas water te brengen. Dankbaar neemt ze dat in ontvangst en knikt de rechter toe.

 

De rechter wikt en weegt en kent de scheiding toe. Over de kinderen kan ze geen uitspraak doen, omdat die nu in het buitenland zijn. Het valt haar zwaar en ze wenst haar veel sterkte toe. Ze hoort het aan en knikt dankbaar. Enerzijds verlost van hem maar anderzijds de loden last van het gemis van haar kinderen.

 

“Is het akkoord dat ik je kinderen terugbreng?”

 

Dagen worden weken en weken worden maanden en maanden worden jaren. Totdat ze op een dag een bericht krijgt van zijn broer. Hij meldt dat de vader van haar kinderen na een ongeval is overleden en dat hij niet de zorg voor haar kinderen wil overnemen. Of ze akkoord is dat hij ze terugbrengt?!?

 

Verbluft kijkt ze naar het bericht en leest het opnieuw en opnieuw. Ze belt haar vriendin en vol ongeloof kijken ze samen naar het bericht. “Doen!” zegt haar vriendin. Ze mailt hem terug dat ze dat dolgraag wil en ook dat ze eventuele kosten voor haar rekening neemt.

 

Ze krijgt een kort bericht terug. Hij komt niet mee maar zet de kinderen op het vliegtuig en zal de stewardess vragen om goed op ze te letten. Ze is bezorgd maar gaat akkoord. De volgende dag krijgt ze opnieuw bericht dat ze over drie dagen op het vliegtuig worden gezet en geeft het vluchtnummer door.

 

Ze kan het nog nauwelijks bevatten en neemt - vol ongeloof - contact op met de vliegtuigmaatschappij. Daar horen ze haar verhaal aan en beloven haar dat ze er alles aan zullen doen om de kinderen veilig op te vangen en hen te begeleiden.

 

 De dag van de hereniging

 

Op de dag van aankomst rijdt ze met haar vriendin naar Schiphol. Haar hart klopt opnieuw in haar keel en samen staan ze bij de ontvangsthal op haar kinderen te wachten. Het lijkt eindeloos te duren en eindelijk is het zo ver. Ze ziet allerlei mensen van die vlucht voorbij komen, maar nog steeds niet haar kinderen.

 

Het wordt leeg in de hal. “Het zal toch niet waar zijn?” denkt ze verschrikt. Dan gaat de deur opnieuw open en komt er een soort golfkar aanrijden. Een breed lachende stewardess kijkt naar haar op en op de achterbank zitten de kinderen die vol verwachting kijken wat er komt.

 

Ze juichen als ze hun moeder zien. De stewardess stopt de kar en de kinderen rennen naar hun moeder. Ze sluit ze dankbaar in haar armen en ze lachen en huilen tegelijk. De nachtmerrie voor haar eindigt en toch voelt het nog steeds onwerkelijk. Ze knuffelt hen nog eens hartelijk en dan komt het besef.

 

Ze zíjn er! Het is bijna irreëel maar ze zíjn er. Met z’n vieren lopen ze naar de auto en rijden ze naar huis. Een nieuw avontuur kan beginnen en ze is dolblij en intens gelukkig. Haar vriendin rijdt en zij zit met haar zoons op de achterbank. Ze stráált …

 

BELANGRIJK:

 

Ben je in acuut gevaar? Bel dan 1 – 1 – 2!

 

Als jij het bent die hiermee te maken hebt: zoek dan alsjeblieft hulp!

 

Als je werkt binnen een organisatie, kun je dit melden bij de vertrouwenspersoon in je organisatie, bij HRM of bij je bedrijfsarts (je kunt altijd een consult aanvragen).

 

Ook kun je hulp krijgen van Veilig thuis via 0800 - 2000. Dit is het advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit nummer is gratis en álle dagen en álle uren bereikbaar. Nadat je belt, vragen ze om je plaatsnaam in te spreken; daarna krijg je direct de regionale organisatie bij jou in de buurt aan de lijn.

 

Huiselijk geweld komt veel vaker voor dan je zo zou denken. Deze storytelling plaats ik omdat ik het belangrijk vind dat hier meer aandacht voor komt.

 

TIP:

 

Er zijn mensen die veel kennis hebben over narcistische persoonlijkheidskenmerken die je kunnen helpen. Je staat er niet alleen voor; zoek contact met mensen die kennis van zaken hebben.

 

TIP:

 

‘Jannie’ is ervaringsdeskundige en schreef een boek over huiselijk geweld. Lees meer op https://ceesvanderboom.nl/kiezen-of-delen 

 

Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

 

 

© Cees van der Boom 

 

Trotse pa van Joanne, Sietske & Irene

 

Geregistreerd- (RAD) & Gecertificeerd Arbeidsdeskundige (CERT-AD) | Life-coach voor mensen met kanker | Bedrijfsmaatschappelijk werker | MCI Mastercoach | Re-integratiedeskundige | NOLOC erkend Loopbaanprofessional | NOBCO erkend Coach | Storyteller | Spreker | Recensent | Jobcoach | Psychiatrisch Verpleegkundige | Reiki Master

 

Met dank aan Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig voor de prachtige illustratie en Rolf Rook ~ Intersites voor de uitstekende website

 

 

Meer storytelling en recensies vind je op mijn website ...