Slotcouplet

Recensie - © Cees van der Boom
Recensie - © Cees van der Boom

Sander de Hosson : 

 

“Slotcouplet”

 

Ervaringen van een longarts

 

“Leven toevoegen”

 

Het is beslist geen toeval als Sander de Hosson - terwijl hij nog niet zo lang als zaalarts op een longafdeling werkt - de uitspraak van de Britse verpleegkundige Cicely Saunders leest. ‘Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven.’

 

Die uitspraak raakt hem en maakt zo veel indruk op hem dat hij zich verdiept in palliatieve zorg. Gaandeweg maakt die verdieping plaats voor oprechte verbazing: “Waarom wordt palliatieve zorg niet systematisch aan alle patiënten met een ongeneeslijke ziekte aangeboden?” Het maakt hem een bevlogen en bezield mens en arts, die zich openstelt voor wat de patiënt nodig heeft.

 

Jaren later - en tot op de dag van vandaag - is die verbazing er nog steeds. Hij merkt en ervaart dat zorg en maatschappij zich nog steeds voornamelijk focussen op de ziekte, en veel minder op de zieke zelf. “Iemand die ongeneeslijk ziek is, heeft veel meer nodig dan alleen medicatie of een operatie.”

 

Wat is Palliatieve zorg?

 

Sander beschrijft dit zo: “Palliatieve zorg is alle zorg die geboden wordt aan patiënten met een ongeneeslijke ziekte en hun naasten met als doel de kwaliteit van leven te bevorderen. Het verlichten van lichamelijk lijden is daarbij uiteraard een belangrijk doel, maar het gaat vooral ook om het verlichten van psychosociale en existentiële problematiek.”

 

Sander is van mening dat palliatieve zorg nog steeds aandacht verdient, ook - en misschien wel met name - in de dagelijkse praktijk van de zorg en nog specifieker in medische opleidingen (en dat heel breed).

 

Ik kan oprecht beamen dat hij praktiseert wat hij preekt! Ik ontmoet veel mensen met kanker en hun naasten en vrijwel iedereen is lovend over zijn manier van handelen: Hij geeft patiënten op een hele oprechte manier aandacht en omringt ze met passende zorg. Voelbaar in de verhalen is de verbinding tussen zijn aanpak voor de ziekte maar nog veel meer voor de zieke.

 

Psychosociale zorg

 

“De diagnose kanker betekent voor de patiënt een confrontatie met de kwetsbaarheid en eindigheid van het leven. Daarom moeten bij kwalitatief hoogwaardige oncologische zorg somatische en psychosociale zorg geïntegreerd zijn. Mede door de toegenomen mondigheid van patiënten, wordt het steeds duidelijker dat er in geval van kanker hulpvragen zijn op psychosociaal en existentieel gebied.” Uit ‘Psychosociale zorg in de oncologie - Een praktijkboek voor dokters van Mecheline van der Linden c.s.

 

Persoonlijke verhalen

 

‘Slotcouplet’ is de verzameling van columns die Sander schreef. Een aantal van deze columns verscheen in Dagblad van het Noorden. Als er dan weer een column uitkwam, dan hoorde je mensen daarover. Om maar eens wat te noemen: ‘Pakkend,’ ‘aangrijpend,’ ‘het raakt me,’ ‘wat een betrokken dokter,’ en nog veel meer.

 

Duidelijk is dat het columns zijn die mensen raken!

 

Wat raakt dan?

 

Ik vind het dan interessant om verder te kijken en te onderzoeken wát dan zo aanspreekt … Wat ik dan terugkrijg van lezers is dat het columns zijn van een betrokken en bevlogen mens. Een mens die openstaat voor emoties van anderen maar ook zijn eigen emotie(s) durft te benoemen en te bespreken. ‘Vast niet professioneel,’ lees ik in een. “Hij gaat voor je door het vuur,” zei iemand.

 

Persoonlijke betrokkenheid

 

In de dagelijkse praktijk leerde hij dat er een kracht in kwetsbaarheid zit: “Dat je daar wel je professionele weg in moet vinden, maar dat kwetsbaarheid mag. En dat het veel oplevert. Voor de patiënt, die menselijkheid enorm waardeert, maar ook voor de dokter.”

 

Wat kwetsbaarheid voor mij inhoudt, lees ik dan in zijn column ‘De essentie van zorg.’

 

De essentie van zorg

 

Wat ik ook zo bijzonder mooi vind, is dat Sander palliatieve zorg uitdraagt op een brede manier. Niet alleen vanuit zijn arts zijn maar ‘zorgbreed’ en dus ook over betrokken verpleegkundigen. Over betrokkenheid gesproken …

 

Zo schrijft hij in deze column (verkorte weergave):

 

“Helemaal aan het einde van de lange gang van de verpleegafdeling ligt een hoogbejaarde man. Enkele dagen eerder is hij opgenomen met een grote longontsteking. Toen hij op de spoedeisende hulp arriveerde, bleek dat hij geen familie meer had. De man heeft een teruggetrokken bestaan geleid; ook zijn vrienden zijn lang geleden overleden. Jarenlang heeft hij eenzaam in een klein huis in een naburig dorp geleefd, waar hij zich onttrok aan het oog van de maatschappij {…} ‘Geen polonaise,’ stond op de verwijsbrief {…}

 

Een nog jonge, relatief onervaren verpleegkundige verzorgt hem en het is direct duidelijk dat ze het goed met elkaar kunnen vinden. Ze geeft hem extra aandacht en hij stelt dat duidelijk op prijs. In haar pauze zit ze steevast aan zijn bed. Later vertelt ze me over de gesprekken die ze hebben gevoerd, over zijn jongere jaren, zijn onstuimige liefdes. De ontmoeting met zijn vrouw en de mooie tijd die volgde. Helaas overleed zij veel te vroeg, nu vijftien jaren terug. Hij heeft verteld over hun beider verdriet dat ze geen kinderen hadden gekregen. Zijn eenzame bestaan daarna. Vrienden die wegvielen. De teloorgang van zijn leven. Het zijn bijzondere ontmoetingen tussen deze oude man en de jonge vrouw van misschien nog geen 25 jaar oud. Ik heb waardering voor de manier waarop zij met elkaar omgaan en de tijd die zij neemt om met hem te praten, ondanks haar drukke bezigheden elders in het ziekenhuis {…}”

 

De man gaat achteruit en zijn einde nadert. “In de overdrachtsruimte spreek ik de verpleegkundige aan het einde van haar dienst. Ze heeft afscheid van hem genomen, maar ze moet nu echt naar huis. Kinderen, vrienden, het leven. Het liefst zou ze bij hem blijven in zijn laatste uren. Er staan tranen in haar ogen.

 

Ik praat met haar over zijn angst dat er niemand meer komt om afscheid te nemen, dat hij alleen zal sterven daar in dat ziekenhuiskamertje, achter op de gang. De verpleegkundige van de avond heeft de verantwoordelijkheid voor tien zieke patiënten, dus er zal nauwelijks tijd voor hem zijn. Ik beloof plechtig om aan het einde van mijn dienst langs te lopen. Ook ik heb geen tijd, de spoedopvang ligt vol met patiënten, een drukke telefoon.

 

Terwijl ik wegloop, bedenk ik dat dit de absolute essentie is van zorg: menselijk contact, luisteren, er gewoon zijn. Ik weet dat je dit leest. Het is een ode aan jou en daarmee aan iedereen die zich sterk maakt voor kwaliteit van sterven. De eenzame dood is een uitzondering, maar jij leerde mij dat de zorg daaromheen uitzonderlijk kan zijn.”

 

Professionele afstand of betrokkenheid? | Van Harte Aanbevolen

 

Dit is één van de vele mooie en ontroerende columns in ‘Slotcouplet.’ Het laat zien dat oprechte aandacht voor de zieke een existentiële wens / eis is voor menselijke en mensgerichte zorg.

 

Ik hoor veel mensen spreken over ‘professionele afstand’. Sander daarover: “Soms zie ik dokters in opleiding met tranen in hun ogen staan, die zich afvragen: mag dit wel? Ja, je bent een mens. Je kunt niet de hele dag huilend door de gang lopen, maar het is niet erg dat er een keer een traan vloeit. Ik geloof niet in professionele afstand, ik geloof in professionele nabijheid.”

 

Dat is iets dat ik volledig onderschrijf. ‘De witte jas’ kan een masker zijn om je achter te verschuilen. Om professional te zijn. Maar: ben je minder professional als je oprechte en gemeende betrokkenheid en medemenselijkheid laat zien?

 

Dus arts, verpleegkundige, verzorgende, … : Wat neem je mee uit alle columns? Hoe handel je nu? Verberg jij je achter je witte jas en je ‘professie?’ Of … ?

 

Dus medemens: Hoe laat jij persoonlijke betrokkenheid zien naar de ander? Sta je open voor het verhaal van de ander? Of ben je alleen gehaast en ‘vlucht’ je weg naar je volgende afspraak?

 

‘Slotcouplet’ zou verplichte literatuur moeten zijn voor iedereen die in de zorg werkt en/of zorg-gerelateerd actief is, in welke functie of hoedanigheid dan ook.

 

Van Harte Aanbevolen!

 

Ambassadeur

 

 

© Cees van der Boom | Robijn huijs | Aletta Armee

 

Mogelijk denk je nu: ja, ja, een mooie recensie maar je bent wel bevooroordeeld. Ik kan volmondig zeggen dat dit 100% klopt!

 

Sander is heel betrokken ambassadeur van Robijn huijs, inloophuis voor mensen met kanker en hun naasten, waarvan ik initiatiefnemer en coördinator ben.

 

Wij vonden en vinden elkaar in professionele betrokkenheid en -nabijheid; in psychosociale zorg; in oprechte aandacht naar de ander en naar oordeelloos luisteren.

 

Of zoals Cicely Saunders zegt: ‘You matter because you are you and you matter to the last moment of your life. We will do all we can, not only to help you die peacefully, but also to live until you die.’

 

De verzamelde columns van Sander de Hosson.

 

Zelf lezen?

 

Slotcouplet

Ervaringen van een longarts

Sander de Hosson

ISBN 978-90-29523950 - 1e druk

De Arbeiderspers

 

© Cees van der Boom

Wij maken gebruik van cookies!

Door gebruik te maken van deze website ga je er mee akkoord dat deze website cookies plaatst op jouw apparaat.

Een cookie is een klein tekstbestand dat door de website wordt gebruikt om de website te laten functioneren en je bezoek efficiënt te maken.

Klik op akkoord voor een volledig werkende website, of bekijk eerst de details op de detail pagina alvorens je akkoord gaat.