Zestig jaar Molukse wijk in Assen: Salam sejahtera bagi kita semua
Achtergrond, Opinie & Sfeerimpressie:
Zestig jaar Molukse wijk in Assen: Salam sejahtera bagi kita semua.
Zestig jaar geleden namen de eerste Molukse gezinnen hun intrek in de speciaal gebouwde wijk in Assen ...
Zaterdag 23 augustus 2025 was het de afsluitende feestdag die zestig jaar de Molukse wijk in Assen memoreerde.
Tekst & Foto’s: © Cees van der Boom

Het werd een dag vol met herinneringen, met toespraken, met de onthulling van gedenkstenen voor de gevallenen door gedeputeerde Henk Brink, met gezelligheid en saamhorigheid en veel, veel meer.
Van de Molukken naar Assen
Een terugblik op hoe de wijk in Assen ontstond. In 1951 kwamen ruim 12.500 Molukkers naar Nederland, onder wie veel voormalige KNIL-militairen (de militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) en hun gezinnen. Hun verblijf in Nederland was aanvankelijk bedoeld als een tijdelijk verblijf en hooguit bedoeld voor enkele maanden. Zodra de politieke situatie op de Molukken zou stabiliseren zouden zij terugkeren naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Zoals we inmiddels weten: die terugkeer kwam er niet ...
In Drenthe werden honderden gezinnen ondergebracht in het voormalige Kamp Westerbork, dat toen nog Kamp Schattenberg heette. Voor velen voelde dat als een geïmproviseerd bestaan, namelijk in barakken die nog de sporen van de oorlogsjaren droegen.
Toch ontstond daar een hele hechte gemeenschap. Ondanks het besef dat zij samen een onzekere toekomst tegemoet zagen waren de gedeelde herinneringen de drive om door te gaan. In de jaren zestig besloot de Nederlandse overheid tot de bouw van speciale woonwijken in verschillende steden. Assen kreeg zijn eigen wijk aan de zuidwestkant van de stad.
Voor veel bewoners was de komst van die woningen 'dubbel:' Eindelijk een 'eigen' woning maar tegelijk ook het besef dat het tijdelijke verblijf in Nederland blijvend werd.
De Molukse cultuur

Dominique Pattipawaej
De cultuur werd hét middel om de eigen identiteit te bewaren. De eerste generatie Molukkers voelde zich verantwoordelijk om de Molukse tradities door te geven. Muziek speelde daarin een sleutelrol. Met name was de tifa - een traditionele trom - te horen bij feesten en herdenkingen.
Een ander belangrijk fundament was de kerk voor de Molukkers. Zij zien de kerk niet alleen als een religieus centrum, maar ook als een sociaal ontmoetingscentrum waar nieuws werd gedeeld, hulp werd georganiseerd en jongeren werden begeleid.

Dominee Romella Haulussy
Het is dan ook - denk ik - niet voor niets dat de festiviteiten ter gelegenheid van zestig jaar Molukse wijk in Assen gevierd werden bij, in en om de kerk.
Wat voor mij duidelijk voelbaar was tijdens deze dag was de enorm grote saamhorigheid.
Sfeerimpressie



























Toespraken

Emily Pormes (r) hield een indrukwekkende toespraak; hier op de foto met Opa Sam Pormes ~ © Cees van der Boom
Zoals ik eerder al aangaf: het was een dag met herinneringen en met toespraken.
Zonder ook maar iets af te doen aan de vele sprekers, was er voor mij één toespraak die op mij diepe indruk maakte. Dat was de toespraak van Emily Pormes, kleindochter van Opa Sam Pormes.
Na afloop liep ik naar haar toe - en later ook naar Sam Pormes - om de toespraak op te vragen.
Ik zou haar - en de Molukse gemeenschap - onrecht aandoen als ik die niet hier zou weergeven ...
Begin toespraak Emily Pormes:
Salam sejahtera bagi kita semua.
Lieve mensen, familie, vrienden,
Op zaterdagochtend 23 juni 1951 stapten 1.089 passagiers aan wal van de Kota Inten op de
Lloydkade in Rotterdam.
Twaalf schepen brachten ons naar Nederland.
Geen ontvangstcomité.
Alleen een voorgelezen boodschap van koningin Juliana:
kil, afstandelijk.
Velen kregen onderweg al hun ontslagbrief.
Geen gesprek.
Geen toelichting.
Gewoon: een stencil op schoot, soms zelfs zonder naam.
Wat volgde, was een rit per bus.
Niet naar een welkomstoord, maar naar het voormalige concentratiekamp Amersfoort.
Daar: medische controles. En nóg een ontslagformulier — alsof het eerste niet aankwam.
Daarna werden de gezinnen verspreid over 52 woonoorden.
Eén daarvan: kamp Schattenberg — het oude kamp Westerbork.
Een plek van oorlogsgeschiedenis werd opnieuw gevuld.
Een rapport uit 1952 beschrijft Schattenberg:
“2.596 bewoners. 595 gezinnen.
Vrijgezellenbarakken.
Lange houten barakken voor 10 tot 20 gezinnen.
Alles omheind.
Een kerk.
Een ziekenhuis.
Een school.
Een theater.
Alles was er — behalve perspectief.”
Nederland hield vast aan het verhaal van tijdelijke opvang.
Maar de terugkeer naar de Molukken bleek onmogelijk.
De politieke realiteit haalde het beleid in.
Toch bleef Den Haag dromen van “tijdelijkheid”, terwijl de jaren verstreken.
In 1959 adviseerde een regeringscommissie: “Van hout naar steen.
Van woonoord naar woonwijk.”
De eerste huizen kwamen in Appingedam.
Daarna volgden er meer.
Maar bij velen groeide het verzet: steen betekende blijvend.
En blijvend? Dat was nooit de afspraak.
Ook in Schattenberg werd onderhandeld.
Meer dan 340 gezinnen moesten nog verhuizen.
Den Haag weigerde hen in één wijk te vestigen.
Er volgden spreidingen — naar Krimpen, Deventer en Winterswijk.
Het bracht pijn.
Verlies van gemeenschap.
Drenthe toonde bereidheid.
Ruim honderd gezinnen konden terecht in Assen.
Nog eens 151 wilden volgen.
Onder voorwaarde: naar Assen.
Moeizaam volgden nieuwe onderhandelingen.
Pas eind 1964 — toen Assen toezegde dat ook de rest zou volgen — kwamen de eerste
tientallen gezinnen naar deze stad.
146 gezinnen en 14 alleenstaanden.
Naar Talma, Hunebed, Tumulus, Dingspel en Landschapstraat; Langedijk, Oostermoer en
Nobellaan.
Namen die vanaf dat moment ook onze namen werden.
En nu zijn we hier. Zestig jaar later.
Zestig jaar Molukse wijk in Assen.
De grootste in Nederland.
Zestig jaar geschiedenis.
Zestig jaar strijd.
Zestig jaar hoop.
Zestig jaar emancipatie.
Zestig jaar — nog altijd één gemeenschap.
Een jubileum om te vieren, te herdenken en om een blik op de toekomst te werpen.
Maar bovenal: een moment om gerechtigheid te doen aan hen die al die tijd in de schaduw
zijn gebleven.
Onze moeders.
Zij lieten hun geboortedorpen op Maluku, Ambon, Saparua, Haruku, Nusalaut, Buru, Buano,
Banda, Ceram, Kei en Aru achter.
Maar ook Manado, Java, Sunda, Toraja, Timor en Sumbawa.
Hun namen stonden niet op het ontslagformulier.
Niet in de registers.
Niet in de rapporten.
Niet op een monument of herinneringsteken.
Zonder hen was er geen gezin.
Geen wijk.
Geen gemeenschap.
Geen geschiedenis.
Ze stonden vroeg op.
Zorgden voor ons eten, onze kleding.
Voor opgroeiende kinderen en kleinkinderen.
Ze zorgden voor de doopfeesten, belijdenissen, huwelijken en begrafenissen.
Altijd dienend, stil.
Onmisbaar.
Tien jaar geleden, bij het vijftigjarig jubileum, stonden we stil bij verzoening.
Verzoening met onze medebewoners die we ooit hebben gekwetst.
We erkenden de pijn van binnenuit.
Maar vandaag gaat het niet om een zwarte bladzijde.
Vandaag gaat het om een vergeten bladzijde.
De KNIL-cultuur heeft zijn sporen nagelaten.
Maar wij moeten het eerlijke verhaal vertellen.
Daarbij laten wij het kader van respect of eerherstel voor het KNIL achter ons.
Onze cultuur is veel méér dan dat.
Ze leeft in onze taal.
In het gezin.
In onze omgangsvormen.
In onze geschiedenis.
In onze culturele kernwaarden. Hierin staat de vrouw, onze moeders, centraal.
Altijd aanwezig, maar nooit erkend.
Zij hielden samen wat anders uit elkaar zou vallen.
In de schaduw van een militaire hiërarchie — waar bevel en gehoorzaamheid wet waren —
moesten onze moeders hun kracht verbergen.
Hun moed bleef onopgemerkt.
Hun offers bleven onbesproken.
Hun mannen kregen monumenten, een penning en status.
Onze moeders?
Geen erkenning.
Geen stem.
Dat is niet alleen een gemiste kans.
Dat is een historische vergissing.
Vandaag zetten we dat recht.
Vandaag brengen we hen in het volle licht.
Niet als figuranten — maar als hoofdpersonen.
Niet als stille getuigen — maar als dragende kracht.
Hun namen op schrift en op het herinneringsteken.
Luid.
Duidelijk.
Onvergetelijk.
Hun namen horen thuis in steen en in lied.
In monument en in geheugen.
Niet langer anoniem.
Niet langer genegeerd.
Maar voor altijd genoemd.
Voor onze moeders.
Onze heldinnen.
Onze fundamenten.
Einde toespraak Emily Pormes
"Salam sejahtera bagi kita semua."
In het Nederlands betekent dit "Vrede zij met ons allen." Het is een veelgebruikte en inclusieve groet in Indonesië.
Deze groet wordt vooral bij officiële gelegenheden gebruikt en is bedoeld om mensen van verschillende religieuze achtergronden te omvatten.
Het is vooral bedoeld om respect te tonen voor verschillende geloven.
Wát een mooi, indrukwekkend eerbetoon. Ik was er stil van ...
© Cees van der Boom