Het complete loopbaanboek

Susan van Ass c.s.
“Het complete Loopbaanboek”
‘Loopbaanprofessionals kunnen het verschil maken. Werkenden van vandaag moeten flexibel zijn om tot hun recht te komen en zich professioneel en persoonlijk te ontplooien. Dit complete boek brengt het brede vakgebied van de loopbaanprofessional in kaart. Het biedt een inhoudelijk overzicht van het theoretisch kader en geeft inzicht in de praktijk van het begeleidingsproces.’
Prof. Dr. Judith Semeijn schrijft in haar voorwoord (p 5): ‘Voor u ligt Het complete loopbaanboek, een overzichtswerk voor loopbaanprofessionals en andere geïnteresseerden … Het boek was een behoefte …’ Zij schrijft ook: ‘Niet eerder was het belang van loopbaanprofessionals zo duidelijk en zo groot als nu. We moeten langer doorwerken, functies veranderen in rap tempo, …’ Dít laatste statement onderschrijf ik volledig, maar ik plaats vraagtekens bij de aanduiding ‘complete.’
Verder lees ik: ‘Het complete loopbaanboek biedt een overzicht van theorie en praktijk binnen loopbaanbegeleiding en is samengesteld door professionals in het vakgebied.’ Het is bruikbaar voor meerdere doelgroepen. Loopbaanprofessionals kunnen het gebruiken als naslagwerk of als uitbreiding van hun kennis en ervaring. Startende coaches en begeleiders krijgen … een goed overzicht van het vakgebied en tot slot is dit boek een compleet naslagwerk voor alle geïnteresseerden’ (p 11).
Doelgroep?
Ik vraag me nu af voor wie dit boek nu werkelijk bedoeld is: voor jou als loopbaanprofessional? Voor jou als startende coach? Voor jou als mens met een loopbaanvraag? En voor wie of wat was dit een behoefte? Een ontbrekende focus schept verwarring.
Iemand met een loopbaanvraagstuk en een willekeurig geïnteresseerde kan veel informatie uit het boek halen. Mijn recensie spits ik toe op het gebruik door de loopbaanprofessional: naslagwerk of uitbreiding van kennis en ervaring?
Deel 1: Loopbaanthema’s
De theoretische verkenning (p 17 e.v.) vind ik logisch van opzet: studiekeuze, beroepskeuze, ontwikkelbehoefte, ziekte, demotie en ontslag.
Marinka Kuijpers geeft heldere inzage in de studiekeuze: Loopbaancapaciteit kan worden vergroot door de inzet van loopbaancompetenties; ook wel loopbaanleren genoemd (kwaliteitenreflectie, motievenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken). Dit is relevant op het moment dat sprake is van een loopbaankeuze. Loopbaanleren gaat niet vanzelf en vereist reflecteren (dat doe je zelf) en begeleiding (cruciaal) (p 17). Kernachtig en de vinger op de juiste plek: het houdt nooit op! Vooral reflectie op eigen handelen is van groot belang.
Jouke Post schetst de loopbaanbegeleiding in historisch perspectief (p 26). Beroepskeuze is een proces en in het denken over loopbanen komt de nadruk meer te liggen op het onzekere, tijdelijke en ‘open’ karakter van loopbanen op de toekomstige arbeidsmarkt.
Herkenbaar, want midden jaren negentig zag ik de bewondering voor life-time-employment kantelen. Jongeren feliciteerden een jubilaris met een 40-jarig dienstverband: ‘Gefeliciteerd ouwe, maarre … kon je niks anders?’
De belangrijkste uitdaging voor het vak lijkt het kunnen en willen leveren van een zinvolle bijdrage aan loopbaanzelfsturing waarbij het individu verantwoordelijk is om de eigen bestaanszekerheid op te bouwen en te handhaven. Dat onderschrijf ik!
‘Een leven-lang-leren’ en ‘De professionele ontwikkeling van coachees is een centraal thema binnen loopbaanbegeleiding,’ aldus Karen van Dam (p 32). Zij heeft het over de voortdurende veranderingen binnen en buiten de organisaties en dat dit een continue inzet vereist van medewerkers om bij te blijven, zich aan te passen en te functioneren binnen de nieuwe spelregels. De loopbaanbegeleider kan daaraan op verschillende manieren bijdragen.
De conclusie is dus dat het loopbaanvak aan veranderingen onderhevig is en dat dit ook een hoop vraagt aan en van de (professionaliteit van de) loopbaanprofessional.
Ester Leibbrand: ‘Mensen begeleiden naar werk vanuit een situatie van ziekte of arbeidsongeschiktheid is een vak apart’ (p 37). Dat onderschrijf ik volledig!
De verplichtingen vanuit bijvoorbeeld de Wet verbetering Poortwachter (WvP) is fors. Deze wet legt werknemer en werkgever veel verplichtingen op als een werknemer langdurig ziek is. Zij stelt dat de loopbaanprofessional (p 38) bovendien onderdeel is van een wettelijke keten en met veel verschillende professionals samen werkt. Dat vind ik opvallend, want de WvP heeft het niet over de loopbaanprofessional maar over de Casemanager {Rob Joosten - ‘Handboek Poortwachter’ onderscheidt een Casemanager-P en een Casemanager-PI}, de Bedrijfsarts en de Arbeidsdeskundige. En in later stadium ook de Verzekeringsarts of Verzekeringsgeneeskundige …
René Schalk beschrijft demotie, waarbij men lichtere verantwoordelijkheden of minder zwaar werk krijgt (p 45). Dat kan bijvoorbeeld bij langdurige arbeidsongeschiktheid het geval zijn. Terecht stelt hij dat een grotere flexibiliteit in het loopbaanpatroon een goede manier kan zijn om waardevolle werknemers te behouden. Ik denk dan vooral aan leermeesters die jongeren de kneepjes van het vak leren, maar is er dan nog wel sprake van demotie?!?
Marlies van Venrooij heeft het vooral over bedrijfseconomische ontslagen: ‘… vaak het meest abrupt en de meeste impact’ (p. 49). Zij beschrijft de effecten ervan en preventieve loopbaanbegeleiding of die nadat het ontslag is aangezegd. Mijn ervaring leert dat eerst alle aandacht uitgaat naar rouwverwerking.
Deel 2: Methodieken
De praktische verkenningen (p 55 e.v.) vind ik te strak afgebakend en in veel gevallen té kort door de bocht.
Daardoor rijst de vraag: waarom zou ik dít boek willen hebben? Als naslagwerk mag het voor mij veel uitgebreider zijn en is meer toelichting een vereiste. Dat zou het boek zijn naam (wat mij betreft) meer eer aan doen. Misschien toch nog een andere indeling die alles logischer met elkaar in verbinding brengt?
Verlieskunde (p 55) vind ik duidelijk beschreven en toegelicht maar waar kan ik meer vinden over beroepenschatkist (p 60)? Biografisch werken (p 76) geeft meer inzicht in het her-inneren, her-vinden, her-ontdekken, her-structureren en her-eigenen van ons authentieke zelf.
Duurzaam verslavingsherstel (p 98) geeft duidelijk inzage over ziekte en het herstelproces en de verschillende fases die met name gericht zijn op het stabiliseren van de cliënt. Dat vind ik interessant om te lezen, maar waarom niet gekoppeld met loopbaan, ziekte en arbeidsongeschiktheid?
Het Enneagram (p. 117) vind ik ook niet duidelijk genoeg. Ik zie wel een afbeelding maar pas in ‘de praktijk’ lees ik iets meer over type 2 en 8. Waar vind ik de andere types? En hun relatie met elkaar? En wat is het beeld van de GORTmethode (p 122) waar alleen een korte verwijzing staat naar de MBTI?
Een beginnend loopbaanprofessional snapte niets van het IJsbergmodel (p 126). Tekstueel met 6 lagen en visueel met 4 lagen waardoor dit meer vragen oproept dan verheldert.
Mindmappen (p 151) vind ik weer duidelijk uitgelegd en toegelicht (daar kun je zó mee aan de slag)! De OPQMQ (p 155) vind ik te complex. De toelichting schreeuwt om verhelderende beelden.
Mijn conclusie
Wat ik eerder al aangaf: Prettig dat er nu een overzichtswerk is voor het werk van de Loopbaanprofessional. Alleen is dit wat mij betreft niet uitgebreid en toelichtend genoeg.
Als dat wordt opgepakt, zou het boek zijn naam (wat mij betreft) meer eer aan doen.
Waardering: 3 uit 5.
Zelf lezen?
Het Complete Loopbaanboek
Susan van Ass e.v.a.
ISBN : 978-90-244-0376-9 - 1e druk
Boom / Nelissen
© Cees van der Boom
Trotse pa van Joanne, Sietske & Irene
Geregistreerd- (RAD) & Gecertificeerd Arbeidsdeskundige (CERT-AD) | Life-coach voor mensen met kanker | MCI Mastercoach | Re-integratiedeskundige | NOLOC erkend Loopbaanprofessional | NOBCO erkend Coach | Storyteller | Spreker | Recensent | Jobcoach | Reiki Master
Bewerking cover: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig