Als de sirenes blijven loeien

Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig
Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

Angelique Starreveld

 

Als de sirenes blijven loeien

 

“Politie en PTSS

 

 

Post Traumatische Stress Stoornis ~ PTSS

 

PTSS {Post Traumatische Stress Stoornis} {In het Amerikaans PTSD ~ Post Traumatic Stress Disorder} ontstaat vaak heel ‘sluipend.’ Soms is één heftige gebeurtenis voldoende maar al te vaak is PTSS het gevolg van meerdere ingrijpende gebeurtenissen …

 

De posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische aandoening die in het DSM-IV {DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Het is het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. Het wordt door psychologen en psychiaters gebruikt als classificatiesysteem. Maar de DSM wordt ook gebruikt door zorgverzekeraars} was ingedeeld bij de angststoornissen. In de DSM-5 is de stoornis opgenomen in een nieuw hoofdstuk, Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen. Daarnaast zijn ook de criteria op een aantal fronten gewijzigd.

 

De aandoening ontstaat als gevolg van ernstige stressgevende situaties, waarbij sprake is van levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de lichamelijke integriteit, of langdurige of ernstige onveilige psychosociale omstandigheden. Deze situaties zijn voor de persoon traumatisch.

 

PTSS valt onder de psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen en moet niet worden verward met het normale verwerkingsproces na een traumatische gebeurtenis. Voor de meeste mensen verdwijnen de emotionele gevolgen van een trauma na enkele maanden. Als deze echter langer duren, kan er sprake zijn van een psychische aandoening. Als de stoornis niet wordt behandeld, kan deze zeer ernstige vormen aannemen.

 

De symptomen zijn herbeleving (nachtmerries of flashbacks), vermijding van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan, ernstige prikkelbaarheid en slaapstoornissen, extreme spanning als gevolg van bepaalde prikkels, irritatie en hevige schrikreacties. Het is ook mogelijk dat de persoon symptomen van andere psychische aandoeningen vertoont zoals een klinische depressie.

 

Van PTSS is sprake wanneer de symptomen langer dan een maand duren. Wanneer deze korter dan een maand duren, spreekt men van acute stressstoornis. PTSS is met behandeling te genezen of te verbeteren. Soms kan dit ook spontaan gebeuren. Tevens kan het voorkomen dat er verschijnselen van catatonie als symptoom optreden.

 

Jaren terug was ik actief als fotograaf bij de ‘Blauwe familie,’ Gemeentepolitie ’s Gravenhage. Eerst vooral voor promotionele fotografie van (toen) Gemeentepolitie en Rijkspolitie maar later ook ter ondersteuning van wat toen de TOHD (Technische Opsporings- en Herkennings Dienst) (nu Forensische Opsporing) was.

 

In die tijd hoorde ik – na zeer ingrijpende gebeurtenissen (en ongevallen) - dat je ‘het niet mee naar huis moest nemen.’ Soms sprak ik met politiemensen die hoorden: ‘Doe normaal,’ ‘Stel je niet aan,’ ‘Gewoon dóórgaan,’ en meer …

 

Het was – toen – niet ‘normaal’ (of passend) om over gevoelens te praten. Je werd gewoon geacht je werk te doen …

 

Gelukkig is er nu (steeds) meer aandacht voor de gevolgen van zeer ingrijpende gebeurtenissen maar ik merk ook dat dit nog steeds aanzienlijk béter zou kunnen …

 

In één van de programma’s van Ewout Genemans, Bureau Burgwallen, zag ik de impact op Joeri Sterringa. Hij stuurde een ‘lastige klant’ weg bij een winkel en werd door die persoon knock-out geslagen. Dat is direct een ‘assistentie collega’ en agenten Mandy en Nienke begeleiden hem. Voor hem was dat de druppel na meerdere, ingrijpende gebeurtenissen. Zie: https://www.rtlxl.nl/programma/bureau-burgwallen/edaee618-03d2-4a3f-93af-00ac8bc02de4.  

 

Nu werkt hij vooral ‘intern’ omdat hij het risico wil voorkómen dat er ‘iets’ nieuws gebeurt en dat dit zijn klachten verergert. Zie het interview door Joanne Tervoort: https://www.youtube.com/watch?v=71WhX23VHeQ.

 

Waarom dan dit boek?

 

Juist omdat ik constateer dat mensen met PTSS niet altijd serieus worden genomen én omdat het altijd béter kan én omdat aandacht voor PTSS broodnodig is …

 

Voorwoord

 

In het voorwoord schrijft Lex Verzuilbergen, gepensioneerd commissaris van politie, dat hij als leidinggevende vier collega’s met PTSS begeleidde en dat dit voor hem geen onbekend terrein is.

 

Zijn districtschef vroeg hem, als afsluiting van zijn loopbaan, om onderzoek te doen naar hoe wij als politie beter om konden gaan met collega’s die PTSS hebben. Gesprekken met zijn collega’s, die soms 4 tot 5 uur duurden, maakten diepe indruk op hem.

 

Hij kreeg zoveel bewondering voor alle collega’s die PTSS hebben, of ze nu afgekeurd zijn of nog partieel werken, het zijn collega’s die veel meer waardering moeten krijgen dan ze tot nu toe hebben gekregen. Hij hoopt dan ook van harte dat dit boek gaat bijdragen aan het begrip voor en de acceptatie van mentale blessures die opgelopen zijn door het politiewerk en dat collega’s de steun krijgen die zij verdienen.

 

Inleiding

 

Angelique Starreveld was politieagent van 1990 tot en met 1999. Het mooiste beroep van de wereld, zo voelde dat voor haar. Zij schrijft dat machtsmiddelen in haar visie onmachtsmiddelen zijn. “Waarom om je heen slaan, ruzie maken, stelen; ga gewoon een gesprek aan.

 

Zij gebruikte in gesprekken altijd een bekende verhoortechniek, de zeven gouden w’s: wie, wat, waar, waarmee, op welke wijze, wanneer, waarom – het zijn de vragen die zij nog steeds stelt aan mensen.

 

Haar gepraat was en is haar wapen, zogezegd. Tegelijkertijd was en is dat ook haar valkuil. “Hoe beter je mensen leert kennen en gezichten een naam, verleden en toekomst krijgen, hoe meer je bij iedereen betrokken raakt en situaties je ook daadwerkelijk raken. Dus dan neem je een gedeelte van hun leed of verdriet over en wordt het onderdeel van je eigen leven.” {p 9}.

 

“In dit boek kun je lezen wat deze traumatische incidenten zijn geweest en wat ze behelzen, niet alleen voor de slachtoffers, nabestaanden, direct betrokkenen, maar ook voor ons als mens in een uniform. Ik denk dat wij geen moment vergeten dat wij bij jullie zijn geweest, ook al weten wij misschien elkaars naam niet meer. In ons blauwe hart kloppen alle mensen en incidenten nog steeds door. Ons hele leven lang …”

 

Patty Birkhoff ~ Mijn hoofd leek te ontploffen’  

 

“Als je iets wilt, dan moet je er hard voor werken.” Dat is wel de stelling waar zij zich, haar leven lang, goed bij voelde en dat heeft haar dan ook heel veel gebracht. Ze had als klein meisje één grote passie: paarden.

 

Nog in haar examenjaar van de havo solliciteerde ze bij de politie en werd vervolgens afgewezen. Ze was te jong en moest nog een beetje groeien. Vervolgens studeerde zij in Utrecht en werd opgeleid om in de ICT aan de slag te kunnen. Ze kreeg een goede baan als programmeur maar toen zij via een vriendin op de manege weer hoorde over de politieopleiding die zij op dat moment volgde, bedacht zij zich dat zij zich – ondanks een monsterlijk goed salaris – niet echt gelukkig voelde binnen de ICT.

 

In 2002 werd zij toegelaten op de politieschool en een fantastische tijd volgde. De liefde voor paarden bleef. Na het afronden van de politieopleiding werd zij geplaatst bij een wijkteam, waar zij de 112 – meldingen afhandelde.

 

Redelijk snel naar haar plaatsing bij het wijkteam zag zij de vacature voor ruiter voorbijkomen. Zij wist het, als zij bij de bereden politie wilde werken, zij nu haar kans moest grijpen.

 

Zij waagde de poging en werd aangenomen: een meisjesdroom kwam uit. Bijna zes jaar lang genoot zij van alle inzetten die de bereden politie haar bood. Sneller dan zij verwachtte, wende deze bijzondere werkplek en ze ging op zoek naar nog meer uitdaging. Via een trainingsdag kwam zij in contact met een collega die werkte bij de ongevallendienst.

 

Zij stroomde vrijwel direct door van de beredenen naar de verkeersongevalsanalyse, waar haar nieuwe avontuur startte. Deze afdeling was zwaar onderbezet, roosters kwamen amper rond en de nachtdienst werd vervangen door piket om mensen te sparen voor de ochtend– en middagdienst. Zij deed haar uiterste best.

 

De eerste kink in de kabel kwam toen er een huisvriend van hen verongelukte in haar eenheid. Nu stond zij ineens aan de andere kant van het afzetlint. Met nog steeds een zware ronde onderbezetting stond zij na heel korte tijd alweer bij een aantal nieuwe heftige incidenten, waaronder het bijwonen van de sectie. Op dat moment had zij al zoveel om te verwerken.

 

Haar lijf begon te protesteren met kleine venijnige klachten. Omdat zij haar werk nog steeds fantastisch vond, liet zij deze klachten voor wat ze waren en met een vakantie was zij iedere keer voldoende hersteld om verder te kunnen.

 

 

“Ondanks alles kan ik nog

steeds zeggen dat ik van

mijn werk houd en dat ik

er alles aan doe om

om terug te kunnen komen”

 

 

Na nog een aantal aanrijdingen binnen haar privéleven groeide haar angst voor het bekende. Zij merkte dat zij er, voordat zij ter plaatse kwam, probeerde achter te komen wie er bij het ongeval betrokken waren. Herkende zij het voertuig? Herkende zij een tenaamgestelde?

 

De laatste maanden voordat zij uitviel werd zij regelmatig aangesproken door haar collega die zelf te maken had met PTSS, die vroeg zich af of het wel goed met haar ging. “Ja hoor,” was haar antwoord. En zij ging door …

 

Toen kwam die middagdienst in de lente. Rond 4:00 uur kregen zij een melding om naar een ernstige aanrijding te gaan. Ze pakten hun spullen en sprongen in hun bus om met zwaailicht en sirene naar de plaats van het ongeval te rijden. Druppelsgewijs kwam er steeds meer informatie binnen. Er zou iemand zijn aangereden door de metro /sneltram en een omstander zou begonnen zijn met de reanimatie van het slachtoffer.

 

Na onderzoek bekeek zij het slachtoffer en wees haar maatje op een tattoo die zij gefotografeerd wilde hebben voor de nabestaanden. Zij herkende de tattoo maar kon die even niet plaatsen.

 

“Hé collega, ik heb hier een rijbewijs voor je.” Ze keek op en zag haar collega op haar aflopen met een rijbewijs waar kennelijk de naam van het slachtoffer op stond. Ze zag de naam en haar adem stokte. Haar hoofd leek te ontploffen van de gedachte die met 140 km/h door haar hersenpan raasde en zij bleef naar het kaartje staren om te controleren of zij dit echt goed gezien had.

 

Het leek even alsof zij helemaal alleen op de wereld was, adrenaline schoot door haar lijf en zij begon te trillen. Zij wenste op dat moment dat zij de grond in kon zakken en naar een andere wereld en een andere waarheid kon verdwijnen. PANIEK! Minutenlang stond zij oog in oog met het slachtoffer en haar systeem had iedere herkenning geblokt. Totdat zij de naam op het rijbewijs was. Ze kon het niet geloven. Toch was het zo, haar grootste nachtmerrie was werkelijkheid geworden. Het was familie …

 

Na dat incident begon een leven in een wereld waar dichte mist alles ver bij haar vandaan hield. Ze was er wel, maar ze was er gewoon niet bij. Gesprekken gingen aan haar voorbij, prikkels als geluiden van radio of telefoon, veel mensen om haar heen of drukte in de supermarkt, kon zij niet meer verdragen.

 

In haar hoofd ontstond een oorverdovende hoge pieptoon in combinatie met het geluid van een sirene, waar zij tot op de dag van vandaag nog steeds last van heeft. Soms stapt zij ‘s nachts uit bed om te luisteren naar de sirene van een ambulance die zij toch echt dacht te horen in de straat, maar wat zich uiteindelijk gewoon in haar hoofd afspeelde. Maanden later kwam de diagnose PTSS …

 

Michaël Smit ~ Mijn onbeschreven blad

 

2013: Michaël heeft inmiddels vier kinderen: twee jongens en twee meiden. Tijdens een frisse maandag in februari – zijn vroege dienst zat er bijna op – hielp hij een man die kort daarvoor betrokken was geweest bij een aanrijding weer op zijn fiets. Zijn collega zei: “Heb je de melding gehoord waar de late dienst nu naartoe gestuurd wordt?”

 

“Het was mijn eerste ervaring

met wat ik ‘het monster’ zou gaan noemen”

 

Hij liet zich kort bijpraten: familieleden stonden bij een gezin voor de deur, ze vertrouwden het niet en maakten zich zorgen. Zij besloten om mee te rijden. Op straat werden ze aangesproken door een tweetal familieleden. Ze maakten zich duidelijk zorgen. Hij voelde hun bezorgdheid en begreep die bezorgdheid ook na het verhaal dat zij op hem deden. Op het adres woonde een vader met zijn driejarig dochtertje, een 6-jarig zoontje en zijn vrouw. Het zesjarig zoontje kwam uit een eerder huwelijk van zijn huidige vrouw en was door hem geadopteerd. De vrouw had aangegeven te willen gaan scheiden en in reactie daarop was de vader gaan dreigen dat hij zijn gezin wat zou aandoen ...

 

Daniëlle Visser-van den Brink ~ Leven in een nachtmerrie  

 

In 1999 was Daniëlle 23 jaar jong en begon zij aan de politieopleiding in Leusden. De opleiding duurde 18 maanden en was opgebouwd uit klassikale lessen en drie stages. De eerste stage bestond uit twee weken wennen aan het dragen van een uniform zonder vuurwapen. De tweede en derde stage waren voornamelijk bedoeld om de geleerde lesstof in de praktijk te brengen.

 

Zij voelde de roeping om op te komen voor de zwakkeren in de samenleving en te vechten tegen onrecht. Zij wilde goed doen, ertoe doen. Daarna liep zij stage in Utrecht en in de wijken van haar werkgebied was de politie niet populair. Met regelmaat werden ruiten van politieauto’s vernield als zij onbeheerd op straat stonden. Het was gebruikelijk dat zij als aspirant vaak als ‘3e man’ meeging op een auto, meestal op een van de zogeheten wijkauto’s.

 

Zij werd in een ploeg plaatst en werd meteen vanaf de eerste dag als ‘2e man’ op een noodhulp-auto gezet. Zij werd daardoor voor de leeuwen gegooid. Vanaf dag één werkte zij dus als volleerd gediplomeerd agent in de noodhulp samen met een collega die niet eens een stagebegeleider was. Ze had 2/3 van de lesstof nog niet eens gehad! “Het is alsof je iemand met drie rijlessen alleen in een Ferrari de snelweg opstuurt. Het was kortom vragen om problemen.”

 

“Waar ik eerst dacht de enige te zijn,

bleken er in totaal nog 209 collega’s

in afwachting van een afhandeling”

 

In de eerste week werden zij en haar collega naar een theehuis gestuurd waar iemand zou zijn neergestoken. De melding kwam binnen via de ambulance, maar zij durfde nog niet op te rijden. Zij moesten eerst kijken of alles veilig was. Het theehuis stond in een volksbuurt waar vaak problemen waren met de oudere jeugd. Op het moment dat zij kwamen aanrijden, werden zij opgewacht door een menigte woedende jongeren. Ze schreeuwde naar hen wat wij daar kwamen doen en waar de ambulance bleef. Ze hadden tenslotte de ambulance gebeld en dat was inmiddels al een minuut of 20 geleden.

 

“Stel je zelf eens voor dat jouw geliefde is neergestoken, je de ambulance hebt gebeld en dat pas na 20 minuten de politie komt maar nog geen ambulance te zien is.” Ze stapten uit en werden vrijwel direct belaagd door schreeuwende jongeren die dicht tegen haar aan kwamen staan. Zo baanden zij zich een weg naar het slachtoffer. En toen? Bij PTSS worden dingen gefragmenteerd opgeslagen, bijvoorbeeld in verschillende beelden.

 

Tijdens de juridische strijd voor schadeafhandeling die zij in de afgelopen jaren met de politie heeft gevoerd, kwam het proces verbaal op tafel waaruit bleek dat haar versie van het incident bij het theehuis niet geheel klopte. Het ging in details, zoals dat in haar herinnering had neergestoken slachtoffer op straat lag terwijl hij achteraf binnen bleek te liggen. In haar optiek maakt dat niet uit, het beeld dat zij heeft is van een man die neergestoken op de grond ligt, deed het er dan toe of dat binnen of buiten was?

 

Te midden van de hectiek van een zwaargewonde man en woedende en agressieve jongeren is er door hen of collega’s doorgegeven dat de ambulance kon komen. Ondertussen was de groep steeds groter geworden en uiteindelijk waren er ongeveer 40 of 50 man op de been die zich schreeuwend afvroegen waar de ambulance bleef, terwijl hun vriend aan het doodbloeden was. De ambulance kwam uiteindelijk, veel later uiteraard dan de eerste melding. De man heeft uiteindelijk drie dagen voor zijn leven gevochten en is alsnog toen overleden. Die melding is van belang geweest bij het ontstaan van haar kerntrauma bij de PTSS. Dat kernthema was het volgende incident waar zij mee te maken zou krijgen ...

 

Het meest aangrijpende in haar verhaal is dat ze – na opnieuw een incident waarbij ze dissociatie {ze ‘checkte out’} - klachten kreeg en dat die bekend waren bij haar praktijkcoach Jeroen.

 

Hij probeerde haar zo goed mogelijk te helpen, maar – zo schrijft ze zelf – hij had er de tools niet voor … terwijl er in opdracht van de politie onderzoek naar PTSS was gedaan én dat dit na die onderzoeken leidde tot de opening van een ‘politiepoli’ in het Academisch Medisch Centrum in Diemen.

 

Nadat ze definitief uitviel en weer aan de slag ging, viel ze harder dan ooit weer uit. Daarna volgde ontslag op medische gronden en ‘gedoe’ om erkenning te krijgen én om haar schade gecompenseerd te krijgen {lees haar indringende verhaal}.

 

Pieter Koning ~ Ik zie mezelf staan …

 

Zijn grootste doel is om collega’s aan het verstand te brengen dat als iemand PTSS heeft of heeft gehad, dit niet het einde van een carrière hoeft te betekenen.

 

Dick Kleijn ~ Assistentie collega …

 

“Hulp verlenen aan hen die dat behoeven.” Moedig, betrouwbaar, integer en verbindend zijn, zijn de kernwaarden van de NP, de nationale politie. Onder dat alles zit verdriet en pijn. Verdriet omdat hij zich heel lang onzeker en kwetsbaar voelde, maar door moest gaan. Pijn omdat hij zichzelf is kwijtgeraakt en tijden in een soort van roes heeft geleefd. Door alle drukte zowel op het werk als privé ging hij gewoon door, hij kon ook niet anders met een jong gezin.

 

“Ja, PTSS, het lijkt wel een soort hype,

kreeg ik te horen van enkele ‘gezonde’ collega’s”

 

Uiteindelijk ging het voor hem in 2014 goed mis. Meerdere zelfdodingen vanuit het vak, een veelvoud aan heftige geweldsincidenten, een teveel aan nachtdiensten en een doorlopend gevoel niet begrepen te worden deden hem de bekende das om.

 

Leon van den Goorbergen ~ Ik wilde vanaf het balkon springen

 

Leon had voor zijn uitval al meerdere klachten, maar dat die door PTSS werden veroorzaakt was hem aanvankelijk niet duidelijk. Veel klachten zijn nog niet verdwenen. Zijn geheugen laat hem nog steeds in de steek omdat hij traumatische ervaringen die hij ervoer nooit een plek kon geven of niet kon accepteren dat ze emotioneel iets met hem deden. Helaas heeft hij aan PTSS ook lichamelijke klachten overgehouden, zoals het verlies van controle over bepaalde motoriekhandelingen en over zijn spraakvermogen.

 

Hij leefde in twee werelden, bijna als een robot. Door alle onverwerkte trauma’s ging het geestelijk en lichamelijk steeds slechter met hem. ‘s nachts schrok hij vaak zwetend wakker en hij sliep bijna niet meer. Hij wist niet waarom.

 

Hij wist destijds alleen niet waarom. De schrikreacties waar hij last van had werden steeds heftiger, hij was altijd doodmoe en alert, gespannen. Op zijn werk maskeerde hij zijn lichamelijke beperkingen: hij kon door PTSS bijna niet meer lopen, hij zakte letterlijk en figuurlijk door de benen.

 

In 2012 zocht hij voor het eerst hulp op aandringen van zijn vrouw, omdat hij zelf de klachten bleef negeren. Uiteindelijk werd vastgesteld dat zijn klachten onder een ‘neurologische functionele stoornis’ vielen , omdat er geen lichamelijke oorzaken gevonden werden.

 

Zijn advies: “wees open over PTSS, luister naar je lichaam, laat je gevoelens toe, sta erbij stil en praat er over.”

 

Angelique Starreveld: PTSS, We kenden het binnen de politie nog niet … 

 

Angelique Starreveld zag in 1989 een advertentie in de krant staan van de politie, zij zochten personeel. Het beroep vertrok haar al veel langer: de hulp die je kunt geven aan mensen, maar ook de wettelijke kant van het verhaal.

 

In april 1990 begon haar avontuur bij de politie. Een blijer mens was er niet. Vol enthousiasme begon zij op de politieschool om te leren hoe zij deze uniformwereld zichzelf eigen zou maken. Een nog onbekende wereld voor haar, maar aan de gedrevenheid en leergierigheid lag het niet. Alle wetten leerde zij feilloos uit haar hoofd, zonder al te veel moeite. Dat wetten en regeltjes vaak ook met maatwerk, dus menselijk contact, te maken hadden, werd later duidelijk in de leerschool ‘op straat.’

 

De mooiste stage van haar leven liep zij in 1991, in Bureau Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Wat haar bij bleef uit die periode is een zekere gemoedelijkheid. In april 1992 begon zij als beëdigd agent bij Bureau Oud-West in Amsterdam. Voor haar voelde dat goed, maar ook onzeker. Was zij wel klaar voor ‘het echte werk?’

 

Het werd oktober 1992, de Bijlmerramp. Op 4 oktober 1992 had zij een lange dag met aanhoudingen, verhoor dingen en verbalen maken. De dienst was vroeg begonnen, liep uit en nog steeds in uniform stapte zij uit de tram en kwam met een afhaalmaaltijd thuis. Rond half zeven ‘s avonds zette zij de televisie aan.

 

Zij denkt dat moment nooit meer te vergeten: wat zij op tv zag was een vliegtuig dat in een flat was gevlogen, en heel veel vuur. Zij aarzelde geen moment, smeet haar roti-maaltijd in de hoek en stapte op de eerste tram terug naar het bureau. In ongeveer de eerste politiebus reden zij naar de plaats des onheils. Wat zij daar zag en ervaarde, is haast niet in woorden te beschrijven.

 

De Bijlmerramp, het maakte haar van een onbezorgde jonge vrouw tot iemand met het besef dat het leven soms aan een zijden draadje hangt. Nog steeds kan zijn niet zo goed terugdenken aan die dag en weken erna, want dan hoort zij nog steeds het gekerm en de hulpkreten uit haar nachtmerries. Dan ziet zij die smeulende lichamen die eens mensen zoals jij en ik waren.

 

“Het keurige opslaghoekje van verdrongen traumatische ervaringen in haar hersenen ging stapsgewijs open …”

 

Willem Hoogeveen ~ Een kras op mijn ziel, zo diep …

 

De jeugd van Willem Hoogeveen is perfect te noemen. Hij werd beroepsmilitair, zat in het vluchtelingenwerk, adopteerde een kind en ging in de vakantie naar Afrika om een schooltje en huisjes te bouwen voor straat- en weeskinderen. In 1993 werd hij als militair voor het eerst uitgezonden naar het voormalige Joegoslavië.

 

Hij maakte veel mee. Op een grijze dag, met zo af en toe een drupje regen, draaide hij noodhulp op de motor. Zijn maatje zat in de auto en samen waren ze verantwoordelijk voor alle meldingen via het telecentrum en 112. Ze werden opgeroepen om naar een onwelwording te gaan van een vrachtwagenchauffeur die een ree had aangereden. Een heftig verhaal over wat hij meemaakte volgt.

 

Marcella Petersen ~ De dag dat de wereld even stil stond …

 

18 augustus 2005, een paar minuten over half twee. Ze was die dag haar avonddienst vroeger begonnen zodat zij eerder op straat zou zijn. Waarom? Dat weet ze niet, zomaar een gevoel. Samen met haar collega en twee aspiranten, die net beëdigd waren voor een inkijkstage, zouden zij gaan controleren op mobiele bellers achter de stuur. Ze hadden zich nog maar net geïnstalleerd toen de melding van de meldkamer kwam: “aanrijding fietsers vrachtwagen.”

 

Met hoge snelheid gingen zij ter plaatse. Tijdens de spoedrit hoorde zij de meldkamer zeggen dat er vermoedelijk al één persoon was overleden. Ter plaatse zag zij dat de ambulance er al aanwezig was, dat er een vrachtwagen met oplegger stond en dat er één zwaargewonde persoon op de grond lag. Via de ‘porto’ hoorde zij de meldkamer vragen over hoe het met het kind ging. Haar ogen zochten heel snel naar een kinderfiets, want zij dacht aan een kind van 13 á 14 jaar op een eigen fiets. Toen zij op dat moment vol verwarring op zoek was naar de kinderfiets, zag zij een fiets met een kinderzitje achterop in het gras liggen. Zij beseft toen dat het kind een klein kind moest zijn en ze keek heel snel richting de vrouw. Vanaf dat moment ging alles in slow motion.

Onder de deken die op de weg lag staken twee kleine voetjes met sandaaltjes uit. Onder het dekentje lag het kindje waar de meldkamer naar vroeg. ‘Ze is al overleden,’ werd er gezegd. Het was dus een klein meisje …

 

Angelique Pollen ~ Ik raakte zelf in een gevarenzone

 

Angelique Pollen was jarenlang werkzaam als verpleegkundige op de intensive care en op de ambulance. Zij schoolde zich om tot lifecoach en TRE-provider nadat een opbouw van incidenten haar had doen inzien dat zij niet gezond bezig was.

 

Zij is ervaringsdeskundige op zo ongeveer alles waar je mee te maken kunt krijgen bij acute hulpverlening. Door wat zij door de jaren heen allemaal heeft gezien, gehoord, geroken, gevoeld en heeft moeten beslissen, is zij beschadigd geraakt. Zij ging net niet helemaal onderuit door PTSS, burn-out, second victim, compassiemoeheid, secondary trauma, gewetensnood, onveiligheid op en van het werk, maar een uitval was heel dichtbij. Door een opbouw van incidenten raakte zij ongemerkt in de gevarenzone.

 

Haar werk op de ambulance verschilt van het werk van de politie, maar heeft veel raakvlakken. De acute hulpverlening en de politie hebben met al deze traumatische ervaringen ook te maken. Ze lopen dezelfde gevaren, vandaar dat zij hier haar verhaal mag doen over wat haar hielp en hoe dat er toe leidde dat zij zich omschoolde tot traumacoach.

 

Haar verhaal in een notendop: “een trauma kan zich ook letterlijk vastzetten in het lichaam, in je bindweefsel, en zo voor fysieke pijnen zorgen.”

 

Postscriptum

 

In het postscriptum schrijft Esther Tossaint, voormalig korpspsycholoog, dat zij jarenlang verhalen die zij hoorde in haar praktijk herkent, waar zij als psycholoog met mensen met  beroepsgerelateerde PTSS ondersteunde.

 

Verhalen die haar raakten. Net als nu, wanneer zij de bijdragen voor dit boek leest. Flarden komen terug uit al die honderden gesprekken die zij voerde.

 

Wat haar in al die jaren het meest is bijgebleven is de enorme betrokkenheid en bevlogenheid van haar collega’s. Dat lees je ook in deze verhalen weer terug.

 

En tussen de regels door de orde enorme loyaliteit en trots op het werk. Zelfs als dat werk er toe leidt dat je fysiek, mentaal en / of moreel gewond raakte. Het fascineert haar dat de collega’s die erkenning zochten bij de organisatie en deze onvoldoende vonden toch nog zo gloedvol kunnen praten over hun tijd bij de politie.

 

Zij kent geen organisatie die ambivalentere gevoelens oproept dan de politieorganisatie.

 

Nawoord

 

Angelique Starreveld schrijft in haar nawoord: “wie had ooit kunnen bedenken dat ik precies 28 jaar na 4 oktober 1992, de Bijlmerramp, een nawoord zou schrijven voor mijn boek als de sirenes blijven loeien, over PTSS binnen de politie.

 

De dag die toen plotseling veranderde in een langdurige nachtmerrie waaruit ik probeerde te ontwaken, maar niet kon, omdat het zich in het echt afspeelde.

 

Hoezeer PTSS mij beschadigd heeft, het heeft mij ook gemaakt tot wie ik ben. Wanneer je erkent dat je diep geraakt wordt, kun je daar uiteindelijk ook sterker uitkomen, zo blijkt.

 

Het mooie van het boek als de sirenes blijven loeien is dat een ingeving mijnerzijds was, omdat ik me niet kon voorstellen dat ik de enige was met PTSS klachten die zijn voortgekomen uit ons werk als onderdeel van het politiekorps. De bereidheid tot medewerking van de politiecollega’s was overweldigend en daarmee werd meteen de vinger op de zere plek gelegd: blijkbaar lopen heel veel mensen een vorm van stress op in het beroep. En kennelijk zijn er ook veel mensen die hun verhaal willen vertellen, die willen vertellen hoe het als hulpverlener voelt om bij traumatische incidenten te moeten handelen in uniform …

 

Ik hoop dat wij jullie als lezer, en wellicht lotgenoot, hebben kunnen meenemen als reisgenoot en PTSS meer herkenbaar en bespreekbaar gemaakt hebben.”

 

Inhoud

 

De cover bevat een detail van een politiewagen. ‘Als de sirenes blijven loeien’ omvat een Voorwoord {p 7}; Inleiding {p 9}’Patty Birkhoff’ {p 12}; ‘Michaël Smit’{p 26}; ‘Daniëlle Visser-van den Brink’ {p 46};  ‘Pieter Koning’{p 68}; ‘Dick Kleijn’ {p 84}; ‘Leon van den Goorbergh’{p 102}; ‘Angelique Starreveld’ {p 114}; ‘Willem Hogeveen’{p 126}; ‘Marcella Petersen’ {p 136}; Angelique Pollen’ {p 148}; Postscriptum {p 161} en Nawoord {p 165}.

 

“Zorg voor je mensen” beschrijft Marijn de belevenissen van een traumachirurg in een groot academisch traumacentrum: “Het is een wondere wereld waar ik me in begeef: er gebeuren weinig alledaagse dingen en dat is wellicht ook meteen de essentie van het vak traumachirurgie” {p 11}.

 

 

Mijn conclusie

 

Recensie - © Cees van der Boom | © Bewerking: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

 

Als je iets engs of schokkend meemaakt en dat niet goed verwerkt, dan kun je PTSS ontwikkelen. Het voelt dan alsof de nare gebeurtenis je achtervolgt met nachtmerries en levensechte gebeurtenissen (flashbacks). Je kunt je hierdoor zo slecht voelen dat het moeilijk is om de dagelijkse dingen te doen. Gelukkig is PTSS vaak goed te behandelen.

 

Dit boek gaat over verhalen over agenten die PTSS ervaren. De problematiek van PTSS is vele malen groter en de impact daarvan. Ik hoop oprecht dat de openheid van hen een eye-opener is voor agenten die dat ook zo ervaren én voor agenten die gekscherend zeggen dat het een ‘hype’ is, want dat is het zéker niet!

 

Ik vind het een zeer waardevol boek met aansprekende en aangrijpende verhalen waarbij samensteller Angelique Starreveld pleit voor meer aandacht, begrip en tijdige hulp voor agenten met PTSS. En dat onderschrijf ik van harte!!!

 

Herken je de kenmerken van PTSS?

 

Als je een heftige en schokkende gebeurtenis meemaakt en deze niet goed verwerkt, dan kun je PTSS krijgen.

 

Zie bijvoorbeeld: https://www.nvvp.net/website/patinten-informatie/aandoeningen-/posttraumatische-stress-stoornis-ptss/diagnose

 

Kenmerken zijn onder meer: de gebeurtenis telkens opnieuw beleven door herinneringen; de hele tijd op je hoede zijn en schrikken; niet in de buurt willen zijn van mensen of dingen die je aan het trauma herinneren; moeite ergens je aandacht bij te houden; nader dromen en / of moeite met slapen; angst, verdriet of spanning voelen als je aan het trauma denkt of erover praat en weinig contact zoeken met anderen.

 

Herken je een van deze klachten?

 

Als je lid bent van de blauwe familie: zoek dan vooral contact met de bedrijfsarts of de korpspsycholoog.

 

Ben je geen lid van de blauwe familie en werk je bij een andere organisatie en herken je deze klachten: neem dan contact op met je bedrijfsarts en / of je huisarts voor gespecialiseerde hulp.

 

Herken je de klachten? Schaam je vooral niet en zoek hulp!

 

Waardering: 5 uit 5.

 

Van Harte Aanbevolen!

 

Als de sirenes blijven loeien

“Politie en PTSS”

Angelique Starreveld

ISBN: 978 94 624 9641 5 - 1e druk 2021

Uitgegeven door Walburg Pers

 

 

© Cees van der Boom 

 

Trotse pa van Joanne, Sietske & Irene

 

Geregistreerd Arbeidsdeskundige RAD {SRA} | Gecertificeerd Arbeidsdeskundige CERT-AD {DNV-GL} | Life-Coach voor mensen met kanker | Re-integratiedeskundige | Geregistreerd Coach {NOBCO} | Geregistreerd Loopbaanprofessional & Outplacementbegeleider RL {NOLOC} | Bedrijfsmaatschappelijk werker | Jobcoach | MCI Mastercoach | Storyteller | Spreker | Recensent | Reiki Master | Psychiatrisch Verpleegkundige

 

Bewerking cover: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

 

Meer recensies en storytelling op mijn website

 

Auteursrecht © Cees van der Boom

Overname van {delen van} deze publicatie is

uitsluitend mogelijk met uitdrukkelijke toestemming