“Uw wil geschiede …” { 1 }

Storytelling: © Cees van der Boom | Illustratie: © Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig
Storytelling: © Cees van der Boom | Illustratie: © Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig

"Uw wil geschiede ..."

 

'Dé gevreesde ziekte ...'

 

Zomer 1978. Het is werkelijk een prachtige zomerse dag, de zon schijnt heerlijk en de vogels fluiten dat het een lieve lust is. Wat een mooie dag. Ik bof, want ik heb een vrije dag van mijn werk als B-verpleegkundige in Psychiatrisch Ziekenhuis Bloemendaal. Mijn oma vroeg eerder al of ik het hek rondom haar tuin wilde beitsen want dat moest eigenlijk wel dringend gebeuren.

 

Dat is best wel een klusje! Het is toch altijd weer meer werk dan je zo op het eerste oog kunt vermoeden en inschatten. Zo halverwege de ochtend kijk ik eerst even in de tuin en in de kassen bij mijn ooms [ik woonde toen in Het Westland, De Glazen Stad].

 

Tomaten & Chrysanten

 

Mijn ene oom is volop actief met de tomaten en de andere met de chrysanten. Altijd weer een genot om te zien! Wat ruikt dat toch heerlijk: die tomaten en die chrysanten. Ik ben elke keer weer verbaasd hoe mooi dat is en geniet met volle teugen.

 

Enfin: het is tijd om aan de slag te gaan. Mijn oom zet de beits en de kwasten gereed en met die spullen in de hand zeg ik eerst nog even oma gedag. Daarna ga ik voortvarend van start.

 

“Dat ziet er goed uit …”

 

Het eerste hekwerkje gaat redelijk voorspoedig en oma komt eens even poolshoogte nemen. Met haar positief-kritische blik kijkt ze en blijkbaar is ze tevreden want goedkeurend zegt ze: “Dat ziet er goed uit, Cees.” 

 

Zo rond het middaguur gaan mijn ooms weg om thuis te gaan eten. Oma vindt het wel gezellig als ik bij haar blijf eten en ze vraagt of ik wel een uitsmijter lust. “Nou, zeker wel.” Daar hoef ik niet lang over na te denken. “O.K. Kom je dan zo?” vraagt ze.

 

De voordeur lijkt wel een fort en de zijdeur …

 

Na een paar minuten heb ik weer een gedeelte klaar en zet ik de kwasten en de beits weg en ga ik naar binnen. Ik moet altijd lachen: de voordeur is met drie grendels afgesloten en de zijdeur - die er hoogstens anderhalve meter naast zit - is bijna altijd open. We genieten van de uitsmijter en we zitten nog even gezellig te kletsen. Daarna ga ik weer aan de slag.

 

’s Middags komt oma nog even een lekker kopje koffie brengen en ik werk lekker door; ik wil het graag af hebben. Of dat lukt weet ik nu nog niet, maar dat wil ik wel proberen. Rond een uur of vier komt mijn nichtje thuis - zij woont bij oma boven - en het is altijd weer een feestje om haar te zien en te spreken.

 

“Ik heb zin in koffie, jij ook?”

 

Ze komt aanrijden in haar mooie VW Kever en zwaait me vrolijk toe. Ze parkeert haar auto en komt op mij aflopen. “Ik heb zin in koffie; jij ook?” “Nou en of.”

 

Ze maakt altijd heerlijke koffie met warme melk. Ze loopt naar binnen; zegt oma even gedag maar hoort boven de telefoon rinkelen. Zij heeft als enige een ‘vaste telefoonlijn’ (oma heeft die niet en mobiele telefoons zijn er nog niet). Het voelt voor haar anders dan anders en intuïtief rent ze naar boven. Binnen luttele seconden komt ze hijgend op mij afgerend:

 

“Heel snel naar huis, Cees!”

 

“Cees, heel snel naar huis; er is iets met je moeder.” Ik schrik me naar - er gaat van alles door mijn hoofd - en in een split second duw ik de kwasten en de beits in haar handen, ren naar mijn fiets en race naar huis. Binnen een paar minuten ben ik thuis.

 

“Wat is er met ma?” schreeuw ik naar mijn vader. Het oogt raar: mijn vader zit voorovergebogen in de stoel met zijn hoofd in zijn handen. “Die is met de ziekenauto op weg naar het ziekenhuis,” zegt de dokter die ik nu pas zie.

 

“Wat dan?” zeg ik, terwijl een ijzig gevoel langs mijn ruggengraat de weg naar boven vindt. “Ga even rustig zitten,” zegt de dokter. Alles in mij schrééuwt dat ik dat helemaal niet wil maar zijn priemende ogen dwingen mij bijna letterlijk. Zijn hele lichaamstaal drukt uit dat hij geen tegenspraak duldt.

 

Vloeiingen

 

“Je moeder was op het toilet en begon te vloeien. Dat was niet te stoppen en toen heb ik de ziekenauto gebeld om je moeder naar het ziekenhuis te brengen. Ze is nu met zwaailicht en sirene onderweg …” Hij pakt zijn papieren en zegt dat ik maar even spullen moet pakken omdat hij ervan overtuigd is dat mijn moeder moet blijven.

 

Ik kijk hem aan alsof ik water zie branden. Mijn moeder? Ziek? Allerlei vragen spoken door mijn hoofd; de ene vraag buitelt over de andere heen en het maakt mij verward … Tot mijn verbazing merk ik dat ik ineens heel praktisch word. Mijn vader kan het blijkbaar nog steeds niet bevatten dus sta ik op en ga ik allerlei spullen pakken. Het lukt mij bijna automatisch.

 

“Rij vooral voorzichtig …”

 

Ik prop zo goed en zo kwaad als het gaat de spullen in tassen en pak spullen voor mijn jongere zus. “Heb je alles?” vraagt de dokter. Stamelend zeg ik: “Ik denk van wel.” “Ga dan zo snel mogelijk naar het ziekenhuis maar rij vooral voorzichtig! Ze zijn toch nog wel een poosje met je moeder bezig,” zegt hij.

 

Mijn zus kan het al helemaal niet bevatten; ze is 16 jaar en heeft het Syndroom van Down. “Kom, we gaan,” zeg ik. Ze staat op en ik help haar in haar jas. Mijn vader staat schoorvoetend op. Hij ziet er uit alsof hij een geest zag en oogt totaal verslagen.

 

“Ga maar, ik sluit wel af,” zegt de dokter. Met z’n drieën lopen we naar mijn auto en we gaan op weg naar Ziekenhuis Leyenburg. Letterlijk álles schreeuwt in mij om het gaspedaal heel diep in te drukken …

 

Na een rit die voor mijn gevoel úren duurt en waarbij het lijkt alsof álle verkeerslichten op rood staan, komen we daar aan. Ik parkeer de auto; we lopen naar de ingang en melden ons bij de balie.

 

“De specialist komt er zo aan …”

 

De portier verwijst ons door. We stappen in de lift op weg naar de afdeling. We melden ons daarna bij de zusterpost waar veel verpleegkundigen zitten. Eén van hen stapt op ons af en zegt: “De specialist komt er zo aan. Ga daar maar even zitten.”

 

Even later komt de specialist - een boomlange man met een onberispelijke witte jas, stethoscoop om zijn nek en een venijnig ogend brilletje op zijn neus - op ons aflopen. Zijn brilletje verstoort het beeld, schiet het door mij heen, want hij is verbazingwekkend vriendelijk en heel rustig.

 

“Foute boel, mensen …”

 

Hij geeft mijn vader en mijn zusje een hand en mij een dreun op mijn schouder. Hij windt er geen doekjes om en zegt heel direct: “Foute boel, mensen. Uw vrouw en jullie moeder heeft de gevreesde ziekte.”

 

We kijken hem stomverbaasd aan. “Wat bedoelt u?” stamelt mijn vader. “Uw vrouw heeft de gevreesde ziekte,” herhaalt de dokter. “We konden het vloeien nu stoppen maar we moeten haar intensief behandelen. Zoals ik het nu zie acht ik een operatie nu niet nodig maar we moeten wel meerdere keren met zwaar geschut bestralen. Het is de vraag of zij het redt …”       

 

“Dé gevreesde ziekte”

 

Dát komt even binnen … “Ik zie jullie morgen. Dan spreken we elkaar verder,” zegt hij en loopt weg; ons totaal verward achterlatend. Mijn zus begrijpt hier niets van maar ik ben er van overtuigd dat zij overduidelijk voelt dat er iets grondig mis is. Even later komt de verpleegkundige op ons aflopen en zegt: “Mevrouw ligt op haar kamer; daar moet ze voorlopig blijven. Jullie mogen naar haar toe; lopen jullie mee?”

 

Verslagen lopen wij achter haar aan en we komen bij de kamer waar zij is. Daar ligt ze. Op bed. De vrolijke verschijning die er thuis altijd met een schaterlach voor zorgde dat het net “In de soete suikerbol” leek en er altijd mensen over de vloer waren. Ze ligt moe, bleek en uitgeput in bed.

Jenny Wilhelmina van der Boom-van der Kruk ~ 13-sep-1925: dag van haar geboorte ~ 13-sep-1979: de dag van haar begrafenis | © Cees van der Boom

 

“Uw wil geschiede …”

 

“Foute boel, jongens. Ik voel het aan alles …,” zegt ze. Het is even stil en je kon een speld horen vallen. Plotseling verschijnt er een twinkeling in haar ogen en zegt ze met een grote - welbekende - lach op haar gezicht: “Maar denk er wel om! Wat er ook gebeurt: Uw wil geschiede …”

 

© Cees van der Boom 

 

Trotse pa van Joanne, Sietske & Irene

 

Geregistreerd- (RAD) & Gecertificeerd Arbeidsdeskundige (CERT-AD) | Life-coach voor mensen met kanker | MCI Mastercoach | Re-integratiedeskundige | NOLOC erkend Loopbaanprofessional | NOBCO erkend Coach | Storyteller | Spreker | Recensent | Jobcoach | Reiki Master

 

Illustratie: Remko van Rijthoven ~ Vormzinnig | Website: Rolf Rook ~ Intersites